Hoofdstuk 1Bestuurlijke inleiding:
hoofdlijnen van
Deltaprogramma 2022

Foto bovenkant pagina: Glazen kering in het Neer houdt hoogwater tegen in overstromingsgebied, Limburg, juli 2021

De acute crisis als gevolg van de coronapandemie lijkt langzaam onder controle te komen. De komende jaren zullen echter vele ingrijpende keuzes nodig zijn, zodat ons land krachtig kan herstellen van deze crisis. Tegelijkertijd nemen de opgaven als gevolg van klimaatverandering toe. Beperking van de opwarming van de aarde door inzet op vermindering van de uitstoot van broeikasgassen blijft cruciaal om klimaatverandering een halt toe te roepen. In aanvulling op klimaatmitigatie is meer inzet op klimaatadaptatie nodig om de gevolgen van het sneller veranderende klimaat op te vangen. We ondervinden steeds extremer weer met plensbuien, hitte en droogte en moeten rekening houden met een versnelde stijging van de zeespiegel, veranderende rivierafvoeren en aanhoudende bodemdaling; ook hiervoor zijn ingrijpende besluiten nodig. Door de verschillende grote maatschappelijke opgaven slim te combineren kunnen we werken aan een veilig, economisch sterk en toekomstbestendig Nederland. En daarmee aan een mooi Nederland.

Er komt veel op het ruimtelijk- en waterdomein af. In sommige gebieden lopen we nu al tegen de grenzen van houdbaar land- en watergebruik aan. Op de zandgronden leidt het huidige watersysteem, gericht op afvoer en grondwateronttrekkingen, tot structurele natuurschade. Waterschappen en agrariërs hebben de afgelopen jaren veel maatregelen genomen om water langer vast te houden en water te bergen. Desondanks wordt nog veel water afgevoerd en onttrekken diverse sectoren grondwater aan het systeem. Dat zorgt onder meer voor structurele schade aan de natuur en een verlies aan productievermogen van landbouwgronden. In veenweidegebieden met bodemdaling veroorzaken lage grondwaterstanden uitstoot van broeikasgassen en schade aan infrastructuur en bebouwing. De komende jaren met grote nationale transities voor wonen, energie, natuurherstel en landbouw zijn cruciaal voor het veilig en klimaat bestendig maken van de delta, zodat we hier in de toekomst in welvaart en in welzijn kunnen blijven wonen en werken.

Om de doelen voor waterveiligheid en zoetwater te halen en ervoor te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht, agendeerde het Deltaprogramma vorig jaar de noodzaak om de grenzen en randvoorwaarden van het water- en bodemsysteem als uitgangspunt te hanteren bij keuzes in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Diverse recente rapporten[1] onderstrepen de urgentie hiervan en stellen dat het bodem- en watersysteem leidend moet zijn voor ruimtelijke besluiten over (nieuwe) ontwikkelingen in het landgebruik.

Hierna wordt in drie hoofdlijnen de inzet van het Deltaprogramma voor de komende jaren geduid:

  • De financiële basis moet op orde blijven én de uitvoering moet versnellen.
  • Water moet meer sturend worden voor de ruimtelijke inrichting: van visie naar actie.
  • Versterking van de uitvoeringskracht is broodnodig: hand aan de schop.

Het Deltaprogramma kan en wil bij het werk aan de urgente delta-opgaven ook bijdragen aan de samenhangende aanpak van de woningbouwopgave, de energietransitie, herstel van de natuur en duurzame ecosystemen en aan de landbouwtransitie. Als nationaal programma van samenwerkende overheden met uitvoeringskracht.

1.1De financiële basis op orde houden én de uitvoering versnellen

De signalen en scenario's van het KNMI zijn helder: als gevolg van klimaatverandering komen weersextremen steeds vaker voor in Nederland. Internationale klimaatscenario's tonen aan dat het klimaat sneller verandert dan verwacht. Zonder maatregelen zal de kans op slachtoffers en op economische, maatschappelijke en sociale schade door weersextremen en zeespiegelstijging toenemen.
Slachtoffers en schade aan met name de infrastructuur en vitale en kwetsbare processen zijn ontwrichtend voor de hele Nederlandse samenleving. Het Deltaprogramma werkt voor de ramp uit: we hebben de mogelijkheid en de wil om op de toekomst voorbereid te zijn, om grote schade te voorkomen en gevolgen te beperken.

Bijna 60 procent van Nederland kan overstromen vanuit de zee en het hoofdwatersysteem. In 2017 zijn waterveiligheidsnormen voor 2050 vastgesteld; circa 1500 km van onze dijken voldoet daar op basis van de huidige inzichten nog niet aan. Hetzelfde geldt voor de talloze kunstwerken in het hoogwaterbeschermingsprogramma.
Daarnaast zijn er nog veel andere kunstwerken die de komende decennia vervangen of gerenoveerd gaan worden, omdat ze aan het einde van hun levensduur komen. De uitvoering van de maatregelen uit het Deltaprogramma - voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie - is in volle gang. Deze maatregelen zijn essentieel om nu en op lange termijn in Nederland goed te kunnen blijven wonen en werken. Hier ligt een uitgelezen kans: een toekomstbestendige aanpak voorkomt op den duur kostbare aanpassingen aan het klimaat. Het is ook een plicht: we voorkomen dat we de rekening doorschuiven naar toekomstige generaties. De financiële basis daarvoor
- het Deltafonds - staat echter onder grote druk. Het beheer en onderhoud van het hoofdwatersysteem legt een steeds groter beslag op het Deltafonds (zie hoofdstuk 7), wat impact zal hebben op het Deltaprogramma als geheel.

Om nu en in de toekomst in Nederland te kunnen blijven wonen en werken, moet het Deltafonds voldoende financiële ruimte blijven bieden aan de uitvoering van de maatregelen in het Deltaprogramma. Zeker als door klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling een versnelling nodig is bij het op orde krijgen van waterkeringen, het tegengaan van droogte en wateroverlast en het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland.

1.2Water meer sturend voor de ruimtelijke inrichting: van visie naar actie

Het kabinet staat voor grote opgaven op gebied van klimaat, leefomgeving, biodiversiteit en economisch herstel. Woningbouw, energievoorzieningen, de aanleg van infrastructuur en bedrijventerreinen leggen een groot beslag op de ruimte. De woningmarkt staat onder grote druk; de politieke ambitie is om de komende decennia zo'n 1 miljoen woningen te bouwen. De optelsom van functies en ontwikkelingen die een plaats vinden in een gebied heeft onvermijdelijk gevolgen voor de opgaven van het Deltaprogramma.

In het IJsselmeergebied is bijvoorbeeld goed te zien hoe ruimtelijke afwegingen en de opgaven van het Deltaprogramma onderling samenhangen. Recent heeft een stresstest voor dit gebied duidelijk gemaakt dat de kans op watertekort in het IJsselmeergebied mogelijk sterker toeneemt dan voorzien.[2] De kans op een tekort aan zoetwater neemt toe. Aan de aanbodkant door afnemende wateraanvoer via de IJssel, meer zoutindringing bij de Afsluitdijk en een minder optimale vulling van de IJsselmeerbuffer dan eerder gedacht. Aan de vraagkant zien we een toename van de watervraag om bodemdaling in veenweidegebieden tegen te gaan. Ruimtelijke keuzes als nieuwe datacenters of nieuwe eilanden hebben eveneens invloed op de watervraag en daarmee op de kans op watertekort. De druk op de IJsselmeerbuffer neemt dus toe. Het faciliteren van de watervraag moet steeds weer worden afgewogen in samenhang met de gevolgen voor onder meer waterveiligheid, wateroverlast en natuur. Daarmee zijn in dit gebied bestuurlijke afwegingen nodig die aan verschillende tafels - binnen en buiten het Deltaprogramma - geagendeerd worden en bij elkaar gebracht moeten worden (zie paragraaf 4.3 en 6.2.3).

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het (ontwerp) Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (NWP) geven beide invulling aan de oproep uit Deltaprogramma 2021 om water meer sturend te laten zijn bij keuzes in de ruimtelijke inrichting[3]. Het PBL verwijst daarvoor naar de 'lagenbenadering': de laag 'ondergrond' stelt op basis van de fysieke structuur van het bodem- en watersysteem voorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Het (ontwerp) NWP vraagt ook om een integrale aanpak van water- en andere opgaven in de fysieke leefomgeving, vanwege de stijgende zeespiegel, bodemdaling, de toenemende droogte, kans op meer wateroverlast en het vaker optreden van hittestress.

De visie ligt er. Nu is het zaak deze om te zetten in actie. We moeten voorkomen dat we tegen de grenzen aanlopen van wat het water- en bodemsysteem kan leveren en opvangen. Deze grenzen komen steeds vaker en op steeds meer plaatsen in zicht. Water meer sturend laten zijn is urgent. Het vereist een ingrijpende verandering in ons denken en doen en vertaling naar concrete sturende principes voor ruimtelijke inrichting. Het Deltaprogramma is de drijvende kracht voor deze verandering.

Richtinggevende kaders voor ruimtelijke adaptatie

We kunnen maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade voorblijven door vanaf nu, naast de voortdurende inzet op de primaire waterveiligheid met het hoogwaterbeschermingsprogramma en de programma's voor de secundaire waterkeringen van de waterschappen, klimaatbestendig en waterrobuust te bouwen en bij de toedeling van functies rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in een gebied. Dit voorkomt extra risico op schade en slachtoffers bij een overstroming of extreem weer. Ook zijn dringend investeringen nodig om de vitale en kwetsbare functies en processen (waaronder wegen, spoorwegen, vaarwegen, elektriciteit, ICT, drinkwater, gas) robuuster in te richten en beter bestand te maken tegen extremere weersomstandigheden. Nú slim bouwen bespaart geld in de toekomst en draagt bij aan leefbaarheid en gezondheid. Er is meer inzet nodig van zowel publieke als private partijen voor het klimaatbestendig uitvoeren van nieuwbouw, industrieterreinen, ICT- en energievoorzieningen en het klimaatbestendig aanpassen van bestaande bebouwing. De praktijk hiervan komt inmiddels voorzichtig op gang, zij het nog niet overal. De provincie Zuid-Holland heeft bijvoorbeeld een convenant klimaatadaptief bouwen gesloten met bouwbedrijven, financiers, maatschappelijke organisaties, andere overheden en projectontwikkelaars. Daarin staan concrete eisen aan de klimaatbestendigheid van nieuwbouwprojecten. Dit verdient navolging op andere plaatsen.

Het Deltaprogramma zet in op klimaatadaptatie als integraal onderdeel van nieuwe ontwikkelingen en gebiedsprocessen, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Ook moet klimaatadaptatie een randvoorwaarde zijn bij economische herstelmaatregelen. Het punt is bereikt dat we ons nadrukkelijk moeten afvragen waar we willen en kunnen bouwen om op lange termijn klimaatbestendig en veilig in onze delta te kunnen blijven werken en wonen. Hoe is goede bescherming tegen te veel en te weinig water straks, nog haalbaar en betaalbaar? Het Deltaprogramma draagt daartoe samen met overheden en marktpartijen bij aan voorstellen voor nationale instrumenten voor beleid, ontwerp en uitvoering. Dit doen we met behoud van zoveel mogelijk flexibiliteit en oog voor de uitvoerbaarheid. De praktische instrumenten moeten transparantie, snelheid en een level playing field stimuleren. Daarbij worden verkend:

  • Instrumenten die inzetbaar zijn bij de bouw in gebieden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast, droogte, overstromingen en bodemdaling en die deze kwetsbaarheden zoveel mogelijk wegnemen. Dit soort instrumenten sluit aan bij het Interdepartementaal beleidsonderzoek 'Van woorden naar daden: over de governance van de ruimtelijke ordening' (IBO-RO) dat adviseert om scenario's voor overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte te vertalen in concrete instrumenten (zoals kaarten), adviezen en richtlijnen (zoals bouwvoorschriften). Bovendien is het de aanbeveling om gebieden aan te wijzen waar niet meer gebouwd wordt, zoals in diepe polders of in gebieden langs de grote rivieren, als de klimaatscenario's daar aanleiding toe geven en dit goed te onderbouwen is met de waterveiligheidsbenadering.
  • De haalbaarheid van (aanvullende) landelijke normatieve kaders voor klimaatadaptieve nieuwbouw en herstructurering, waterbeschikbaarheid en landgebruik. Uiteindelijk moeten deze kaders een plaats krijgen in onder meer de NOVI-aanpak, landsdekkend worden en praktische doorwerking hebben in de uitvoeringsagenda's van gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies (GOVI's en POVI's).

De klimaatinspanningskaart waar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan werkt, is een voorbeeld van een hulpmiddel voor gesprekken over de manier waarop de verstedelijkingsopgave op lange termijn klimaatbestendig te realiseren is. Deze kaart toont de kwetsbaarheid van locaties voor overstromingen en neerslag en vergelijkt tussen potentiële locaties de inspanning die tot het jaar 2150 nodig is om deze kwetsbaarheid te verminderen. De inzichten zijn relevant voor de locatiekeuze en het ontwerp van toekomstige woongebieden (nieuwbouw of verdichting van bestaand gebied). We zien hoe keuzes van honderd jaar geleden ons nu nog belemmeren om flexibel in te spelen op klimaatverandering.

De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Waterstaat hebben de deltacommissaris gevraagd in het najaar van 2021 een advies uit te brengen over woningbouw en klimaatadaptatie.

Zoetwater en droogte

Door klimaatverandering en het huidige water- en landgebruik neemt de druk op het beschikbare oppervlakte- en grondwater toe, zowel op de kwantiteit als op de kwaliteit. Dit heeft consequenties voor natuur, landbouw, bodemdaling, scheepsvaart en de drinkwaterproductie. De droge jaren sinds 2018 hebben tot structurele schade geleid aan de grondwaterafhankelijke natuur op de zandgronden. Er was ook schade aan agrarische teelten die kwetsbaar zijn voor watertekort. Dit vraagt om een heroverweging van de grondwateronttrekkingen, maar ook van het watersysteem en landgebruik die gericht zijn op afvoer en afhankelijk van (bodem)wateronttrekkingen. Daarnaast komen nieuwe watervragen op, bijvoorbeeld voor het remmen van bodemdaling, vergroenen van steden en koelen van datacenters. Nederland versneld weerbaar maken tegen zoetwatertekorten vraagt flinke investeringen in maatregelen om zuiniger met water om te gaan, water beter vast te houden en slimmer te verdelen, landgebruik dat bijdraagt aan grotere beschikbaarheid van het aanwezige water en slimmer omgaan met tekorten. Hiervoor is maatwerk nodig, per regio en per sector. In het Uitvoeringsprogramma Zoetwater 2022-2027 (Deltaplan fase 2), dat onderdeel vormt van dit DP2022, hebben Rijk en regio een gedragen maatregelenpakket vastgelegd van € 800 miljoen waarvan € 550 miljoen regionale bijdragen en € 250 miljoen uit het Deltafonds. Het uitgangspunt voor beleid moet zijn: het landgebruik past zich aan aan de waterbeschikbaarheid. Dat betekent dat het landgebruik is sommige gebieden verandert. Bijvoorbeeld door extensivering van de landbouw en een bedrijfsvoering die tot grotere robuustheid voor klimaatextremen leidt en met andere verdienmodellen waarbij ook bijdragen aan landschapsbeheer, biodiversiteitsherstel en CO2-vastlegging worden gewaardeerd. Daarvoor is een goede verbinding tussen het Deltaprogramma en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) nodig. De kwartiermakersfase van het NPLG is gestart. Het NPLG ontwikkelt een strategie die richting geeft aan toekomstbestendige ontwikkeling van functies in het landelijk gebied.

Uit de stresstest zoetwater IJsselmeer blijkt dat de komende jaren nieuwe beleidskeuzen nodig zijn om in de komende decennia de kans op watertekort in het IJsselmeergebied te verkleinen.

Zeespiegelstijging

De mogelijk versneld stijgende zeespiegel zal op termijn grote impact hebben op onze waterveiligheidsopgave en zoetwatervoorziening. De partners van het Deltaprogramma zijn gestart met analyses van de houdbaarheid en oprekbaarheid van bestaande regionale strategieën. Per gebied verkennen we tot welke gevolgen extreme zeespiegelstijging regionaal leidt, welke opties er zijn voor de korte en de lange termijn en wat de mogelijke interactie is met de investeringsagenda's voor duurzame energie, woningbouw, infrastructuur, landbouw en natuur. De partijen in verschillende gebieden hebben behoefte aan duidelijkheid over hoe ze rekening kunnen houden met onzekerheden over de zeespiegelstijging. Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging levert de komende kabinetsperiode belangrijke beslisinformatie op over het mogelijk versneld aanpassen en uitvoeren van de bestaande regionale strategieën en deltabeslissingen en het voorbereiden van nieuwe pilots, aanvullende maatregelen en onderzoeken (zie ook paragraaf 2.1).

Het IBO-RO stelt voor om periodiek scenario's op te stellen voor de condities om op langere termijn veilig te kunnen blijven wonen en werken. In gebieden waar in de toekomst vanwege zeespiegelstijging ruimte nodig is om voldoende waterveiligheid te behouden (bijvoorbeeld ruimte voor uitbreiding van waterkeringen en waterberging) moet - zo stelt het IBO-RO voor - deze benodigde ruimte gereserveerd worden. Deze ruimte kan tijdelijk een andere bestem- ming krijgen ('tijdelijk bestemmen'). Na de reactie van het nieuwe kabinet op het IBO-RO wordt bezien wat dit voor het Deltaprogramma kan betekenen.

Bodemdaling

Bodemdaling in stedelijke en landelijke gebieden leidt tot schade aan infrastructuur en bebouwing, en versterkt het risico op wateroverlast. Bovendien leidt bodemdaling in combinatie met een stijgende zeespiegel en perioden van hoge rivierafvoer tot grotere overstromingsrisico's. Om het Parijsakkoord te halen, zijn in het Klimaatakkoord en de NOVI afspraken gemaakt over een CO2-emissiereductie vanuit veengebieden (via regionale strategieën). Verminderen van de CO2-uitstoot en het tegengaan van bodemdaling in de veengebieden vergt vernatting door peilopzet van het grondwater en dat leidt tot een toenemende watervraag. Die extra watervraag kan in perioden van droogte extra watertekorten veroorzaken, bijvoorbeeld in het IJsselmeergebied. Voor de regionale veenweidestrategieën en de waterbeschikbaarheid zijn integrale afwegingen nodig. Daarvoor moeten de consequenties van de strategieën voor het remmen van bodemdaling voor zoetwatervoorziening, waterverdeling en doorvoer naar regionale systemen helder worden. Een gedegen analyse van de watervraag voor het remmen van bodemdaling én de consequenties, op basis van joint fact finding, is nodig om de gevolgen binnen het Deltaprogramma te kunnen bepalen. Bodemdaling maakt geen onderdeel uit van de wettelijke reikwijdte van het Deltaprogramma. De gevolgen van grondwaterstandsdaling en bodemdaling zijn wel integraal onderdeel van het proces waterbeschikbaarheid en de risicodialogen, zodat ze vertaald kunnen worden naar de maatregelen in de regionale strategieën en uitvoeringsagenda's.

Grondwater

De droge jaren sinds 2018 hebben laten zien dat grondwater een kwetsbare sleutelfactor is voor de zoetwaterbeschikbaarheid in veel gebieden. In navolging van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte zijn de regio's van de zandgronden aan de slag gegaan met onderzoek dat inmiddels ook al wordt vertaald in maatregelpakketten. Grondwater heeft een stevigere plaats in het Deltaprogramma Zoetwater gekregen waarbij ook afstemming wordt gezocht met de processen voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV's) voor de drinkwatervoorziening. De Stuurgroep Water heeft een studiegroep ingesteld die nationale kaders voor duurzaam beheer van de grondwatervoorraden uitwerkt. Het Deltaprogramma draagt daar actief aan bij.

Nederland voor de komende generaties op de kaart met een ontwerpgerichte aanpak

Naast meer uitvoeringskracht, moeten we de langetermijnopgaven voor het water- en bodemsysteem meer sturend laten worden voor de ruimtelijke inrichting. Door dit te combineren met een ontwerpgerichte aanpak en ontwerpend onderzoek kan letterlijk in beeld gebracht worden hoe Nederland ook voor de toekomstige generaties bewoonbaar en leefbaar kan blijven. De inhoudelijke samenhang tussen de verschillende maatschappelijke opgaven - voor de komende decennia en op langere termijn - vraagt om een landsdekkend ontwerptraject, met díe partijen die betrokken zijn bij de uitvoering. Dit is méér dan een waterkaart. Het gaat om een kaart (of een atlas met kaarten en kaartlagen) die zowel de waterkansen en -bedreigingen als de waterafhankelijke en vitale en kwetsbare processen (economische en ecologische) voor de komende generaties zichtbaar maakt. Veel informatie is al beschikbaar. Waar het op aankomt, is deze aan te vullen en gebiedsgerichte vertalingen van urgente opgaven, belangen en vakgebieden samen te brengen tot een adaptief ontwerp. Deze kaart moeten we steeds aanpassen aan de ontwikkelingen en de wensen van de tijd.

Omgaan met onzekerheden

De snelheid van externe ontwikkelingen en nieuwe inzichten over zeespiegelstijging, grondwatervoorraden op de zandgronden, de (grensoverschrijdende) rivierafvoer, de waterbeschikbaarheid in het IJsselmeer en droogte, laten zien dat het verder optimaliseren van het huidige systeem wellicht op termijn op grenzen stuit. Het tempo waarmee de ontwikkelingen zich voltrekken kan op gespannen voet komen te staan met het huidige tempo van adaptatie. Het Deltaprogramma sorteert in de aanloop naar de volgende zesjaarlijkse herijking in DP2027 voor op een aanvullende aanpak die realistische én adequate alternatieven aanreikt. Incrementele aanpassingen, gericht op versterking van het huidige systeem, moeten mogelijk worden aangevuld met maatregelen die op een meer fundamenteel niveau toewerken naar een systeem dat beter gesteld staat voor de uitdagingen in de tweede helft van deze eeuw en daarna. Dit vraagt om nader onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van ingrijpende maatregelen op systeemniveau.

Ontwikkelingen als zeespiegelstijging, veranderingen in rivierafvoeren en de rivierafvoerverdeling, alsmede de toename van droogte, gaan gepaard met veel onzekerheden. Dat betekent dat veerkracht en flexibiliteit steeds expliciet moeten worden ingebouwd in de aanpak en maatregelen, zoals bijvoorbeeld al gebeurt bij de aanpak van de Zeesluis IJmuiden en de Afsluitdijk. Een ander voorbeeld is het tijdelijk bestemmen van zones die op termijn kunnen dienen voor dijkverhogingen en in de tussentijd een andere functie hebben.

1.3Versterking uitvoeringskracht broodnodig: hand aan de schop

De uitvoeringskracht in de regio's staat onder druk door het grote aantal opgaven dat hier samenkomt. Dit is een breed bestuurlijk thema dat het Deltaprogramma te boven gaat, maar waar het in toenemende mate mee te maken heeft. De vraag is of er voldoende capaciteit, deskundigheid, vakmanschap en financiële middelen beschikbaar blijven zowel bij uitvoeringsdiensten van regionale overheden als bij de Rijkswaterstaat. De partners in het Deltaprogramma geven aan tegen de grenzen van de beschikbare capaciteit en mogelijkheden aan te lopen. Het niet goed adresseren van dit punt kan een reëel risico opleveren voor de maatregelen uit de deltaplannen die tussen nu en 2050 tot uitvoering moeten komen. Coproductie en cofinanciering tussen Rijk en regio zijn onontbeerlijk voor de samenwerking in de uitvoering.

Op regionaal niveau is maatwerk nodig om alle maatschappelijke opgaven die daar samenkomen een plek te geven en op te pakken. Regionale overheden kennen de kansen en zorgen als geen ander. Tegelijkertijd liggen er ook majeure nationale opgaven, die om regionale vertaling vragen. Rijk en regio zullen elkaar daarbij moeten vinden en moeten samenwerken om de doelen voor waterveiligheid, klimaatadaptatie, verstedelijking, landbouw, natuur en duurzame energie te halen.

Eigenlijk zou elk gebied in Nederland een NOVI-aanpak op waterbasis moeten krijgen: een aanpak met als uitgangspunt dat het landgebruik zich aanpast aan de waterbeschikbaarheid en de klimaatinspanningen.

Het Rijk is deelnemer van deze aanpak en dat vraagt ook van het Rijk extra personele capaciteit. De werkprocessen van het Deltaprogramma kunnen hierbij als een hulpmotor/ondersteuning werken. De continuïteit van het Deltaprogramma en de bewezen effectieve aanpak bieden grote meerwaarde, gedragen door een beproefd instrumentarium, joint fact finding, vertrouwde overlegstructuren tussen Rijk en regio, gedeeld eigenaarschap en het bijeenbrengen van partijen op regionaal niveau met uitvoeringskracht.

Ruimtelijke kwaliteit

In de regio komen alle opgaven samen en vindt de integratie plaats. De behoefte aan het behouden en waar mogelijk vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving is een belangrijk onderdeel van deze integratie. Werken aan ruimtelijke kwaliteit is belangrijk voor het draagvlak voor grote projecten zoals dijkversterkingen en waterbergingen. In het IBO-RO wordt gepleit voor het inrichten van teams door de gezamenlijke overheden om de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen. Een andere aanbeveling is het ontwikkelen van meer handvatten en mogelijkheden om ruimtelijke kwaliteit te kwantificeren door ruimtelijke kwaliteit onderdeel te maken van evaluaties. Met het opbouwen van een database met evaluatiemateriaal is het mogelijk om in de toekomst ruimtelijke kwaliteit vooraf beter mee te wegen.

Het nationaal Deltaprogramma

Met het nationaal Deltaprogramma zet Nederland in op drie samenhangende opgaven om Nederland klimaatbestendig te maken:

  • Waterveiligheid: goede bescherming tegen overstromingen
  • Zoetwater: voldoende zoetwater op de juiste plaats en weerbaar voor droogte
  • Ruimtelijke adaptatie: robuuste inrichting voor gevolgbeperking bij overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte

De eerste stip op de horizon is 2050. Dan moet Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Ondertussen kijkt het Deltaprogramma ook verder, naar 2100. Want de klimaatverandering gaat door.

Sinds 2010 werkt Nederland in het Deltaprogramma op een unieke manier aan deze opgaven: in een nationaal kader samen toewerken naar gezamenlijke doelen, niet wachten tot een nieuwe ramp door een overstroming of extreme weersomstandigheden ons overkomt, maar een ramp, grote schade en maatschappelijke ontwrichting voorblijven. Dat doen we met adaptief deltamanagement: vooruitkijken naar de opgaven die voor ons liggen, gezamenlijk de maatregelen bepalen en steeds checken of we in het goede tempo en in de goede richting werken. Opties openhouden en zo nodig de strategie tijdig aanpassen.

Nationale en regionale partijen werken vanaf het begin intensief samen in het Deltaprogramma: Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Al deze partijen hebben zich op basis van de eigen verantwoordelijkheid verbonden aan de gezamenlijke nationale doelen en de uitvoering van het Deltaprogramma. De regie is in handen van de deltacommissaris onder politieke verantwoordelijkheid van de coördinerend bewindspersoon, de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Bedrijven, veiligheidsregio’s, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties werken mee. De combinatie van grote regionale betrokkenheid en nationale regie heeft een succesvolle organisatievorm opgeleverd om tot gedragen voorkeursstrategieën, een voortvarende uitvoering en gezamenlijke financiering te komen. Dat blijkt ook uit de diverse evaluaties die sinds de start van het programma zijn uitgevoerd.

Om ervoor te zorgen dat alle partijen dezelfde koers voor ogen hebben, zijn in 2014 deltabeslissingen en regionale voorkeursstrategieën voorgesteld. Deze omvatten doelen en ambities voor 2050, met een doorkijk naar 2100. De deltabeslissingen bieden de nationale kaders, de regionale voorkeursstrategieën geven richting aan de maatregelen per gebied. Het Deltaprogramma houdt de vinger aan de pols en brengt zesjaarlijks in kaart of het nodig is de koers bij te stellen. In 2020 zijn de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën herijkt op basis van nieuwe inzichten. Mogelijke versnelling van de zeespiegelstijging is een potentiële bedreiging voor onze delta. Om in 2026 weloverwogen voorstellen te kunnen doen voor het al dan niet aanpassen van deltabeslissingen en voorkeursstrategieën is in 2019 het Kennisprogramma Zeespiegelstijging gestart.

Inmiddels zijn belangrijke concrete resultaten geboekt. Zo zijn in 2017 de nieuwe waterveiligheidsnormen voor de primaire waterkeringen wettelijk vastgelegd; de eerste dijkversterkingen op basis van deze normen zijn in uitvoering. In 2018 is een nieuw peilbesluit voor het IJsselmeergebied vastgesteld waarmee flexibel peilbeheer mogelijk is. Tijdens de drie droge jaren - 2018 tot 2020 - heeft deze maatregel zijn nut al bewezen. Dat geldt ook voor de investeringen die Rijk en regio vanaf 2014 hebben gedaan in aanvoerroutes voor zoetwater, het vasthouden van water en innovaties.

Sinds 2017 jaar is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie onderdeel van het Deltaprogramma, in aanvulling op het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Zoetwatervoorziening. Vanaf 2021 is - via de zogenoemde Impulsregeling - cofinanciering mogelijk uit het Deltafonds voor maatregelen tegen wateroverlast en droogte en om gevolgen door een overstromingen te beperken. Zo werken de overheden in concrete stappen toe naar een klimaatbestendige inrichting en wordt Nederland beter voorbereid op wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen.

Voetnoten

  1. 'Grote opgaven in een beperkte ruimte' van het Planbureau voor de leefomgeving en het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Ruimte.
  2. Deltares (2021), Stresstest voor het Deltaprogramma Zoetwater fase II Het effect van nieuwe inzichten en onzekerheden op knelpunten in de zoetwatervoorziening.
  3. Een van de beleidskeuzes in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Deze beleidskeuze houdt in dat "Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. We behouden en reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen."