Hoofdstuk 2Doorontwikkeling
Deltaprogramma

Foto bovenkant pagina: Smeltende ijsboog, Antarctica, 2018

Klimaatadaptatie is urgent: de opgaven van het Deltaprogramma blijken omvangrijker en complexer dan gedacht en er is minder tijd om op klimaatverandering te reageren. Alle partijen moeten nu al rekening houden met grote opgaven op lange termijn: de mogelijk versnelde zeespiegelstijging, droogte en andere weersextremen en extreem hoge en lage rivierafvoeren. Daar moeten we op voorsorteren bij keuzes in de komende jaren en we moeten ons voorbereiden op de keuzes die misschien na 2050 noodzakelijk zijn. Want het werken aan een klimaatbestendig Nederland zal ook na 2050 aandacht en inspanning blijven vragen. Het Deltaprogramma zoekt manieren om de opgaven voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie effectief te verbinden met andere transities en werkt aan een verbeterde systematiek om de voortgang te bewaken. Uit de eerste zesjaarlijkse herijking van het Deltaprogramma bleek dat deze onderwerpen extra aandacht vragen.

2.1Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging is in het afgelopen jaar goed op gang gekomen.

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Recente studies laten zien dat de zeespiegelstijging in 2100 groter kan zijn dan de 1 meter die het Deltaprogramma momenteel als bovengrens hanteert. In 2019 hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de deltacommissaris het initiatief genomen voor het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Hierin werken de komende vijf jaar overheden, kennisinstellingen, bedrijven, plannenmakers en maatschappelijke organisaties samen aan nieuwe kennis over zeespiegelstijging en de mogelijke gevolgen voor waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid. Het doel is de kennis over de stijgende zeespiegel te verbeteren, in kaart te brengen wat de houdbaarheid en oprekbaarheid van de huidige deltabeslissingen en strategieën is (bij extreme scenario's van zeespiegelstijging en bijbehorende verzilting en in combinatie met hoge rivierafvoeren) en te verkennen wat de mogelijke handelingsperspectieven voor de lange termijn zijn. Onderdeel van het kennisprogramma is ook het verkennen van ruimtelijke reserveringen die nodig kunnen zijn om opties voor de lange termijn open te houden. In het jaarlijkse Deltaprogramma staat de voortgang van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het kennisprogramma levert de belangrijke beslisinformatie voor de volgende herijking van het Deltaprogramma in 2026. Het Kennisprogramma heeft een eigen webpagina met achtergrondinformatie over de verschillende sporen, rapporten en verslagen van bijeenkomsten.

Wereldwijd is de zeespiegelstijging inmiddels toegenomen van 2 mm per jaar tot 4 mm per jaar. De variatie in de zeespiegelstijging is groot, onder meer door windinvloeden. Daardoor is de versnelling nog niet zichtbaar langs de Nederlandse kust. In het kennisprogramma is een statistische methode ontwikkeld om de verwachte zeespiegelstijging (op basis van scenario's voor de klimaatverandering in de komende decennia) te verwerken in de kans dat de versnelling zich op korte termijn langs de Nederlandse kust voordoet. Daarnaast is meer inzicht verkregen in de relatie tussen opwarming van de oceanen en het afsmelten van Antarctica. Dit wordt verwerkt in de nieuwe klimaatscenario's die het KNMI in 2023 uitbrengt.

In overleg met de partners van het Deltaprogramma is in bijeenkomsten per gebied een start gemaakt met de analyses van de houdbaarheid en oprekbaarheid van de bestaande strategieën. Ook is per gebied verkend welke gevolgen extreme zeespiegelstijging kan hebben, wat opties voor de lange termijn kunnen zijn en wat de mogelijke interactie hiervan is met de huidige en toekomstige investeringsagenda's voor duurzame energie, woningbouw, infrastructuur, landbouw en natuur. Uit de gebiedsbijeenkomsten blijkt dat de deelnemende partijen behoefte hebben aan praktische handvaten en voorbeelden om in investeringsagenda's rekening te houden met de toekomstige wateropgaven (zie ook paragraaf 6.1, kader). Parallel aan deze gebiedsbijeenkomsten hebben dertien plannenmakers hun ideeën over toekomstige oplossingen gepresenteerd aan experts en deelnemers van het Deltaprogramma. Als vervolg daarop zijn verdiepende studies gestart. Meer informatie over de resultaten van de gebiedsbijeenkomsten staat in hoofdstuk 6.

Het kennisprogramma richt zich ook op implementatievraagstukken (Spoor V). Onderdeel daarvan is communicatie. Een belangrijke communicatieactiviteit was de tweede landelijke dag van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging op 20 april 2021, waar 200 deelnemers van overheden, kennisinstituten en de waterwereld inzicht kregen in de voortgang. Een ander cruciaal onderdeel van het kennisprogramma is participatie door maatschappelijke organisaties en overheden. Eind 2021 is het participatieplan gereed. Daarin staat hoe de samenwerking met maatschappelijke organisaties vorm krijgt. Als onderdeel van de implementatiestrategie worden ook governance- en transitievraagstukken verkend die een rol spelen bij het tijdig anticiperen op zeespiegelstijging. Voor de korte termijn is de vraag van belang op welke wijze lokale overheden rekening houden met de onzekerheden van zeespiegelstijging bij ruimtelijke beslissingen.

Met Vlaanderen vindt inmiddels periodiek overleg plaats over het onderzoek naar versnelde zeespiegelstijging en mogelijke maatregelen, om af te stemmen en samen te werken.

2.2Advies Signaalgroep Deltaprogramma

De Signaalgroep Deltaprogramma bestaat uit inhoudelijke experts van een aantal kennisinstellingen. De Signaalgroep adviseert de deltacommissaris jaarlijks over ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de wateropgaven of de opzet en uitvoering van het Deltaprogramma. In het advies van 2020 staat de droogteproblematiek centraal (zie Achtergronddocument A).

De Signaalgroep stelt onder andere voor de kwetsbaarheidsgrenzen van de huidige watergebruiksfuncties te verkennen en daarbij ook aandacht te besteden aan de opgetelde en onomkeerbare effecten van opeenvolgende droogteperiodes. Eind 2020 heeft de Stuurgroep Deltaprogramma het advies besproken. Het krijgt nu invulling in het Deltaprogramma Zoetwater (zie paragraaf 4.3).

2.3Samenhang en verbinding

Voor het behalen van de doelen van het Deltaprogramma is het noodzakelijk de samenhang tussen de opgaven voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie te versterken en de verbinding te zoeken met andere maatschappelijke opgaven en transities. De ontwikkelingen rond het IJsselmeergebied illustreren, als voorbeeld, hoe sterk de opgaven van het Deltaprogramma en de andere opgaven en transities met elkaar verweven zijn: het peilbeheer moet hier niet alleen inspelen op zeespiegelstijging en extreem weer, maar ook op keuzes in het rivierbeheer, nieuwe economische ontwikkelingen die tot extra watergebruik leiden en ingrepen voor natuur, verstedelijking, bodemdaling, scheepvaart en de energietransitie.

De verbinding leggen met andere maatschappelijke opgaven en transities is noodzakelijk om water meer sturend te laten zijn voor de ruimtelijke inrichting, zoals afgesproken in de Nationale Omgevingsvisie. Dat is een voorwaarde om oplossingen toekomstbestendiger te maken, en toekomstige kwetsbaarheden en schades te voorkomen.

De Stuurgroep Deltaprogramma verkent in 2021 hoe de samenhang en verbinding te verbeteren zijn: wat moet er gebeuren om de samenhang tussen de opgaven binnen het Deltaprogramma te versterken en waar is aansluiting met andere ontwikkelingen zinvol, bijvoorbeeld met trajecten van de Nationale Omgevingsvisie (zoals de NOVI-gebieden[1])? Leidend daarbij zijn de wettelijke doelen van het Deltaprogramma om in 2050 weerbaar te zijn tegen klimaatverandering. De verkenning moet aansluiten bij de context en instrumenten van de Omgevingswet en de actuele inzichten in interbestuurlijke samenwerking. De Stuurgroep heeft drie centrale vraagstukken geïdentificeerd:

  • Nationaal en regionaal/lokaal: beide schaalniveaus kunnen niet zonder elkaar, maar hebben een eigen werkwijze en besluitvorming. Het afremmen van de veenbodemdaling vraagt bijvoorbeeld extra water. Op nationaal niveau moet deze watervraag meewegen bij het bepalen van doelen en ook in de gebieden op basis van de specifieke waterbeschikbaarheid.
  • Focus en integraliteit: focus is de kracht van het Deltaprogramma, zowel in de beleidsvorming als in de uitvoering (denk aan dijkversterkingen en zoetwatermaatregelen). De inzet op integraliteit en verbinding moet niet ten koste gaan van deze kracht.
  • Lange termijn en korte termijn: op korte termijn doen zich bij de realisatie van maatregelen vaak meekoppelkansen voor (bijvoorbeeld recreatiemogelijkheden bij dijkversterking). Bij de keuze van maatregelen is het ook nodig ruimte te reserveren voor toekomstige opgaven voor waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en ruimtelijk adaptatie. De meerwaarde van het Deltaprogramma ligt ook in het schetsen van het langetermijnperspectief dat grenzen stelt aan andere ontwikkelingen en ook onzekerheden kent en nieuwe kennisbehoeften blootlegt. De perspectieven voor de korte en lange termijn kunnen en moeten elkaar versterken.

Het doel is om in Deltaprogramma 2023, op basis van de bestuurlijke verkenning, de balans op te maken van de mogelijkheden om de samenhang en verbinding tussen het Deltaprogramma en andere opgaven en transities te versterken en ondertussen al te beginnen met zoveel mogelijk acties. De maatschappelijke partners van het Deltaprogramma worden zowel regionaal als nationaal (via het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving) betrokken bij de verkenning en acties.

De beste wijze om de verbetermogelijkheden en randvoorwaarden voor verbinding te identificeren is om ermee aan de slag te gaan, aan de bestaande bestuurlijke tafels, in de nieuwe NOVI-gebieden en via de omgevingsagenda's voor uitvoering. Het Deltaprogramma heeft al de verbinding gelegd met de NOVI-gebieden Zwolle, Groene Hart en De Peel en met de opgaven voor cultureel erfgoed (zie kader). In dit Deltaprogramma staan bij alle thema's en gebieden inspirerende voorbeelden van concrete acties gericht op samenhang en verbinding, zoals in Centraal Holland (zie kader paragraaf 6.1) en het rivierengebied (zie paragraaf 6.4).

De inzet is om met ontwerpend onderzoek alle opgaven in een gebied op een kaart te verbeelden. Een voorbeeld van ontwerpend onderzoek is Blauwe Lens van Hoogheemraadschap van Rijnland. In dit onderzoek zijn voor het beheergebied van het waterschap ruimtelijke perspectieven voor een klimaatbestendige inrichting ontwikkeld. De partijen die aan transities in de verstedelijking en het veenweidegebied werken, hebben de samenwerkende partijen in het Deltaprogramma in een vroeg stadium uitgenodigd om mee te denken en daarbij ook de grenzen voor de lange termijn aan te geven.

Metropoolregio Amsterdam

In verschillende gebieden geven partijen al concreet invulling aan het verbinden van andere transities met het Deltaprogramma, om te komen tot toekomstbestendige investeringen. De regiobijeenkomsten van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging zijn daar vaak een trigger voor. Een voorbeeld is de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De samenwerkende partijen hebben de ambitie om de MRA te ontwikkelen zonder nadelige effecten op het watersysteem en de klimaatbestendigheid van de regio (niet-afwentelen). Dat gebeurt door de hele levensduur van ruimtelijke plannen en projecten in beschouwing te nemen en deze plannen en projecten te toetsen aan alle scenario's voor de lange termijn. Sleutels voor duurzame ontwikkeling worden gezocht in transities in de vier systeemlagen: water, ecologie, energie en mobiliteit. Het streven is een metropoolregio waar de wijze van bouwen - op het niveau van woningen, wijken en regio - geen extra belasting veroorzaakt van het watersysteem. Als dat niet mogelijk is, worden de consequenties voor het watersysteem (kosten, planning, ruimte) expliciet meegenomen in de businesscase van de verstedelijking.

Verbinding water en ruimtelijke kwaliteit

In heel Nederland wordt gewerkt aan projecten uit de Deltaplannen Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie (zie hoofdstuk 3 tot en met 6). Deze projecten bieden kansen om meerwaarde voor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te leveren. Een aantal initiatieven maakt het mogelijk deze kansen in de komende jaren meer te benutten.

Met het Programma ONS Landschap wil het Rijk, in samenwerking met decentrale partners, de waarden en kwaliteiten van onze landschappen beschermen en versterken. De inzet is ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied landschapsinclusief vorm te geven, conform de NOVI en in lijn met de motie van de Kamerleden Dik-Faber en Van Eijs over een aanvalsplan voor versterking van de landschappelijke identiteit in het omgevingsbeleid[2]. Het Rijk ontwikkelt hiervoor zowel gebiedsgericht als landelijk een handelingsperspectief. ONS Landschap is een van de uitvoeringsprogramma's onder de NOVI. Hierin wordt nauw samengewerkt met het Nationale Programma voor het Landelijk gebied (NPLG). Het brede waterveiligheidsbeleid is een van de focusgebieden van dit programma.

Het Actieplan Landschapsinclusief Omgevingsbeleid betreft een van de activiteiten van ONS Landschap. Het doel is het operationaliseren van het landschapsinclusieve karakter van een aantal prioritaire beleidsthema's in de fysieke leefomgeving via interdepartementale samenwerking. Het Actieplan is gericht op het creëren van de juiste randvoorwaarden, zodat de transities van de leefomgeving in ieder gebied met zorg en aandacht voor landschappelijke kwaliteit worden vormgegeven en geen versnippering optreedt. In 2021 wordt gewerkt aan een gedeeld beeld over het resultaat van een landschapsinclusieve aanpak en de beoogde rol van alle partijen inclusief het Rijk. Dit is onderdeel van de implementatie en uitvoering van de NOVI. Er vindt afstemming plaats tussen het programma ONS Landschap, het HWBP en het ministerie van IenW over het werken aan ruimtelijke kwaliteit en een landschapsinclusieve aanpak.

Motie-De Groot/Bromet over ruimtelijke kwaliteit en de wateropgave

Met de motie-De Groot/Bromet heeft de Tweede Kamer de regering verzocht om ten behoeve van de formatie, samen met medeoverheden, te verkennen hoe aandacht voor ruimtelijke kwaliteit nog meer te verbinden is met de wateropgave en welke mogelijkheden er zijn om dit zo veel mogelijk te stimuleren in het waterbeleid.

Op 2 juni heeft de minister van IenW het rapport over de verkenning aan de Tweede Kamer gestuurd[3]. Bij de totstandkoming was een ambtelijke klankbordgroep van medeoverheden betrokken. Het rapport laat zien dat er heel veel goede voorbeelden zijn en geeft twintig mogelijkheden om de wateropgave en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit sterker te verbinden, aangedragen door deskundigen op het gebied van ruimte en water. Een nadere uitwerking is nodig om de haalbaarheid en maakbaarheid te kunnen beoordelen. De verkenning maakt duidelijk dat om ruimtelijke kwaliteit meer te verbinden met de wateropgave dan nu het geval is, extra investering nodig zou zijn in tijd en capaciteit, dan wel in investeringsbudget. Dat laatste kan door, nog vaker dan nu al het geval is, budgetten voor verschillende doelen te bundelen. Wanneer dat niet voldoende is, zijn aanvullende middelen nodig voor investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De omvang van de benodigde middelen hangt af van de ambitie. Eventuele vervolgstappen volgen uit de keuzes in de formatie.

Klimaatneutrale en circulaire rijksinfrastructuurprojecten

De minister van IenW wil rijksinfrastructuurprojecten in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair uitvoeren. De minister heeft dit in 2020 vastgelegd in de strategie Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten (Strategie KCI). Hiermee geeft het ministerie invulling aan de afspraak over klimaatneutrale en circulaire infraprojecten in het Klimaatakkoord. De strategie gaat onder meer over kunstwerken (bijvoorbeeld bruggen, sluizen en gemalen), kustlijnzorg (zie paragraaf 6.7.3), vaargeulonderhoud, bouwplaats en bouwlogistiek. De strategie en andere ambities die daarmee samenhangen (zoals het Schone Lucht Akkoord) zullen daarom consequenties hebben voor het HWBP. De strategie zet stevig in op samenwerking tussen de publieke opdrachtgevers; deze samenwerking krijgt in 2021 en 2022 verder vorm.

Verbinding met opgaven voor cultureel erfgoed

Overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte en bodemdaling kunnen invloed hebben op het cultureel erfgoed, bijvoorbeeld in het Nederlandse cultuurlandschap. Anderzijds levert kennis over erfgoed en landschap inzicht in de wateropgaven. Cultuurhistorische verkenningen kunnen oplossingen in beeld brengen die in het verleden goed gewerkt hebben en inzicht bieden in de vorming van het landschap en het onderliggende bodem- en watersysteem.

Om een goede verbinding te leggen tussen de wateropgaven en cultureel erfgoed werkt het Deltaprogramma samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE[4]). De zorg voor het cultureel erfgoed is overigens niet uitsluitend het domein van de RCE. Alle overheden hebben hier een verantwoordelijkheid voor. De RCE participeert in verschillende onderdelen van het Deltaprogramma om kennis in te brengen en mee te denken over oplossingen. Zo neemt de RCE in het Hoogwaterbeschermingsprogramma deel aan de werkgroep 'Handreiking Bouwstenen duurzame dijken en ruimtelijke kwaliteit' en de Projectoverstijgende Samenwerking Kunstwerken (POS-K). Hiervoor heeft het RCE het instrument Panorama Landschap ontwikkeld, dat een beschrijving geeft van de karakteristieken en structuren van de verschillende landschappen in Nederland. Bij dijkversterkingsprojecten leveren regioadviseurs van de RCE inbreng. De RCE zit bij de werksessies Zoetwater aan tafel levert kennis aan het kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie. Daarnaast adviseert en participeert de RCE in projecten van provincies, gemeenten en waterschappen, onder andere in de zogenaamde Erfgoed Deals.

Nationale Watersysteemverkenning

Door middel van de Nationale Watersysteemverkenning gaat het Rijk lopende onderzoeken op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening, ruimtelijke adaptatie, waterkwaliteit en scheepvaart in samenhang bekijken. De watersysteemverkenning ondersteunt integraal afgewogen langetermijnbesluiten op nationaal en regionaal niveau en speelt dan ook een rol in de voorbereiding van de herijking van de deltabeslissingen in 2026 en het volgende Nationaal Waterprogramma (2028-2033). Daarnaast is de analyse van belang om het gebruik van water leidend te laten zijn bij de aanpak van andere opgaven. De analyse kan helpen bij het maken van ruimtelijke keuzes, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, natuur, stedelijke ontwikkelingen en duurzame energievoorziening.

2.4Voortgang in beeld

Belang van voortgangsinformatie

Binnen dertig jaar moeten de maatregelen uit het Deltaprogramma klaar zijn om de doelen voor 2050 te bereiken. De deltacommissaris heeft de wettelijke taak om de voortgang van het Deltaprogramma te bewaken en inzichtelijk te maken hoe het programma bijdraagt aan het realiseren van de doelen van het Nationaal Waterprogramma. De gerealiseerde voortgang staat onder meer in het jaarlijkse Deltaprogramma. Als de voortgang daar aanleiding toe geeft, doet de deltacommissaris aanbevelingen om bij te sturen, na afstemming met de Stuurgroep Deltaprogramma. De besluitvorming over de aanbevelingen loopt via de formele lijnen naar de verantwoordelijke minister(s) en de Tweede Kamer als onderdeel van de begrotingsbehandeling en verder via de reguliere kanalen richting de regionale en lokale democratisch gelegitimeerde gremia.

De voortgang van het Deltaprogramma scherp volgen is essentieel om waar nodig tijdig bij te kunnen sturen. De slagkracht die nodig is om binnen dertig jaar het grote aantal vereiste maatregelen te realiseren en de wendbaarheid om tussentijds het tempo of de richting aan te passen aan veranderende omstandigheden, zijn niet vanzelfsprekend. Versnellen en intensiveren is - ook vanwege gebeurtenissen die mogelijk wijzen op versnelling van klimaatverandering - noodzakelijk om de gestelde doelen in 2050 te bereiken (zie Deltaprogramma 2021). De mate waarin die versnelling en intensivering nodig zijn, en de manier waarop die doorgevoerd kunnen worden, zullen sterk per thema verschillen en vereisen dus maatwerk.

Doorontwikkeling Meten-Weten-Handelen

Het Deltaprogramma brengt de voortgang in beeld via de systematiek Meten-Weten-Handelen (MWH). Bij de eerste herijking is gebleken dat doorontwikkeling van de systematiek noodzakelijk is om de volgende verbeteringen te bereiken:

  • meer zicht op samenhang in de uitvoering van maatregelen voor de drie opgaven in het Deltaprogramma (waterveiligheid, zoetwater, ruimtelijke adaptatie);
  • transparant en volledig beeld van de output;
  • beter zicht op de relaties input-output-outcome-impact, met de focus op het verbeteren van de inhoudelijke ondersteuning, zodat tijdig bijsturen mogelijk is.

Met het traject Voortgang zet het Deltaprogramma in op doorontwikkeling van MWH, gericht op een verbeterde systematiek voor monitoring, sturing en rapportage. De verbetering richt zich allereerst op betere monitoring van de output, om de voortgang in de uitvoering beter te kunnen volgen. Dit gebeurt door informatie over de maatregelen voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie ieder jaar op een gestructureerde wijze inzichtelijk te maken. De bestaande thematische monitoringrapportages worden waar mogelijk gesynchroniseerd en de verzamelde data worden in samenhang geanalyseerd. De resultaten komen op een toegankelijk dashboard te staan. Het Deltaprogramma onderzoekt ook of het mogelijk is om inzichtelijker te maken in welke mate de inspanningen bijdragen aan de doelen (outcome).

De insteek is ook de signaalfunctie van de monitoring uit te breiden. De Signaalgroep richt zich al op het signaleren van ontwikkelingen in het fysieke systeem[5]. In aanvulling hierop wil het Deltaprogramma een werkvorm ontwikkelingen om in de gaten te houden of er nieuwe inzichten, ervaringen of ontwikkelingen zijn die de voortgang van de uitvoering en het doelbereik belemmeren of juist helpen. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in andere beleidsdossiers of uitvoeringsprogramma's die tot vertraging of versnelling in het Deltaprogramma leiden en aan technisch-inhoudelijke en juridische kansen en belemmeringen voor de uitvoering van de werkzaamheden.

De voorgestelde verbeterde monitoring biedt een goede basis om de programmasturing op onderdelen te verbeteren. Daarbij gaat het als eerste om betere duiding van de voortgangsinformatie en het gesprek dat daarvoor nodig is: verloopt de uitvoering van de maatregelen volgens planning en komen de effecten van de maatregelen overeen met de verwachtingen? En ook: wat zijn mogelijke verklaringen voor eventuele afwijkingen en wat zijn opties voor bijsturing? Vervolgens gaat het om versterking van het proces van adviseren-besluiten-handelen. Met andere woorden: hoe zorgen we ervoor dat de juiste adviezen voor bijsturing op die tafels komen waar besloten en gehandeld kan worden, ook gelet op de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de betrokken overheden?

In 2021 is de doorontwikkeling van het Deltaprogramma in gang gezet met (onder andere) het traject Voortgang. DP2023 en DP2024 geven een concrete uitwerking, met onder meer een verbeterde systematiek voor monitoring, sturing en rapportage over de voortgang in het Deltaprogramma.

2.5Participatie

Participatie is een belangrijke pijler van het Deltaprogramma. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers meedenken bij de voorbereiding van plannen. De opgaven voor ruimtelijke adaptatie en zoetwater vragen ook inzet van burgers en ondernemers.

Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) heeft in 2021 advies uitgebracht over Deltaprogramma 2022 (zie Achtergronddocument B). Ook verkent het OFL met het Deltaprogramma welke kansen er zijn voor een meer proactieve en agenderende rol voor het OFL. Het OFL heeft aangeboden een verkenning uit te voeren naar beeldende hulpmiddelen ter ondersteuning van participatie in de verschillende fasen van het ontwerp- en besluitvormingsproces.

Op deelprogramma- en gebiedsniveau worden belanghebbenden en geïnteresseerden veel mogelijkheden geboden om vroegtijdig betrokken te zijn bij strategische keuzes en maatregelen. Voorbeelden zijn de risicodialogen ruimtelijke adaptatie, de processen Waterbeschikbaarheid, de bouwplaats IRM, gebiedsklankbordgroepen en de plannenmakersbijeenkomsten van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Gestimuleerd door de coronacrisis zijn diverse initiatieven genomen om de digitale participatie te versterken, onder meer door het HWBP.

Om onder jongeren meer bekendheid te krijgen met het Deltaprogramma en de kennis en invalshoeken van jongeren te benutten bij onderdelen van het Deltaprogramma heeft de deltacommissaris in mei 2021 een bijeenkomst met jeugddijkgraven en studenten georganiseerd.

2.6Internationale ontwikkelingen

Het risico op overstromingen, droogte, wateroverlast, verzilting en watervervuiling neemt in veel landen toe, door gevolgen van klimaatverandering als zeespiegelstijging en extremer weer. Nederland ondersteunt andere landen bij de complexe en urgente vraagstukken die hierdoor spelen, onder andere met de inzet van de internationale watergezant. Jaarlijks komen tientallen verzoeken uit diverse landen binnen om kennis te nemen van de lessen van het Deltaprogramma. Deze worden via webinars gedeeld, op maat en passend bij de cultuur, de instituties en het beleid van het betreffende land.

Nederland werkt ook samen met buurlanden aan de wateropgaven, onder meer in de internationale riviercommissies voor Rijn, Maas en Schelde. Voor de Rijn is begin 2020 tijdens de internationale Rijnconferentie een nieuw programma vastgesteld: 'Rijn 2040. De Rijn en zijn stroomgebied: duurzaam beheerd en klimaatbestendig'.

Global Commission on Adaptation

Op 25 januari 2021 organiseerde Nederland de Climate Adaptation Summit (CAS 2021). Op deze online top bespraken regeringsleiders en andere deelnemers op welke manier klimaatadaptatie wereldwijd versneld en opgeschaald kan worden. Daarbij maakten ze gebruik van de resultaten van de Global Commission on Adaptation (GCA) waarvan de minister van IenW initiatiefnemer is. De commissie presenteerde acht action tracks met voorstellen voor actieprogramma's en partnerschappen over onder andere water, infrastructuur, voedsel, steden, nature based solutions en financiën. Met de Water Action Track (WAT) wilde de Global Commission on Adaptation draagvlak borgen voor het versnellen, opschalen en financieren van de wereldwijde klimaatweerbaarheid op het gebied van water.

Tijdens de Climate Adaptation Summit is de Water Adaptation Community (WAC) gelanceerd. Centraal staat versnelling en opschaling van waterklimaatadaptatie wereldwijd door kennisuitwisseling te vergemakkelijken en netwerken van de watersector te verbinden met netwerken rond klimaatverandering en adaptatie. Dit gebeurt onder meer voor de thema's Veerkrachtige steden en Delta's, Sociale inclusiviteit en Klimaatrechtvaardigheid.

Nederland is ook actief op het Infrastructure Action Track (IAT) om klimaatbestendige investeringen wereldwijd te bevorderen. In IAT-kader wordt de Stresstestfaciliteit ontwikkeld, een mondiaal overzicht van inhoudelijke en procesmatige ervaringen met stresstesten. De faciliteit stimuleert daarmee leren van elkaar.

Het ministerie van IenW geeft de WAT een actief vervolg en zal de resultaten presenteren in aansluiting op grote conferenties zoals de COP26 eind 2021 en de VN Water Conferentie in 2023. De Nederlandse aanpak, opgedaan via het Deltaprogramma, levert belangrijke bouwstenen voor de vervolgacties van de WAT en de IAT. Nederland deelt deze kennis en ervaring via publicaties als de Delta lighthouse case studies, internationale platforms, coalities en regionale bijeenkomsten.

Europese Green Deal

Begin 2021 heeft de Europese Commissie als onderdeel van de Green Deal de Europese klimaatadaptatiestrategie gepresenteerd. De uitwerking van deze strategie is ook voor het Deltaprogramma van belang. Zo wil de Commissie met behulp van het Europese R&D-programma Horizon Europa bijdragen aan het dichten van kennislacunes over klimaateffecten en de veerkracht van systemen om zich aan deze effecten aan te passen, onder meer voor de oceanen. Ook wil de Commissie regionale en grensoverschrijdende samenwerking bevorderen en samen met de lidstaten de richtsnoeren voor nationale aanpassingsstrategieën bijwerken en verbeteren. Onderdeel van de klimaatadaptatiestrategie is het waarborgen van de beschikbaarheid en duurzaamheid van zoetwater, onder andere door bredere benutting van droogtebeheerplannen en het bevorderen van duurzaam bodembeheer en landgebruik. Tot slot wil de Commissie de steun voor internationale klimaatveerkracht en paraatheid vergroten.

Vergelijking aanpak Deltalanden

Nederland werkt samen met overheden in acht deltalanden via het programma Partners voor Water, een onderdeel van de Nederlandse Internationale Waterambitie (NIWA). Voorjaar 2021 is een vergelijkend onderzoek gepubliceerd tussen de aanpak in Bangladesh en Nederland[6]. Hieruit blijkt dat de deltaplannen van beide landen goed aansluiten bij de OECD Water Governance principes. Aanbeveling uit het onderzoek is om aan deze principes de langetermijnoriëntatie en risicobenadering toe te voegen.

Voetnoten

  1. De NOVI-gebieden zijn: Het Groene Hart, De Peel, Zuid-Limburg, Regio Zwolle, Amsterdam en Noordzeekanaalgebied, Rotterdam (transitie van de Rotterdamse haven), North Sea Port District en Groningen. NOVI-gebieden zijn instrumenten waarmee overheden zich - voortbouwend op bestaande interbestuurlijke samenwerkingstrajecten - meerdere jaren verbinden en toewerken naar de echte gezamenlijke uitvoering van de verschillende opgaven. Deze gebieden zijn onderdeel van de Omgevingsagenda's die per landsdeel worden opgesteld.
  2. Kamerstuk 34 682 nr. 68
  3. Kamerstuk 34 682 nr. 84
  4. De RCE is onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
  5. De Signaalgroep hanteert indicatoren voor het volgen van ontwikkelingen in het fysieke domein die voor het Deltaprogramma van belang zijn. De indicatoren zijn ingedeeld in vier categorieën: natter/droger, heter, zeespiegelstijging en drukker. De indicatoren voor de categorie drukker beschrijven sociaaleconomische ontwikkelingen zoals de bevolkingsontwikkeling en landgebruiksveranderingen.
  6. Van Alphen, J., De Heer, J. en Minkman, E. (2021): Strategies for climate change adaptation, lessons learnt from long term planning in the Netherlands and Bangladesh. Water International.