Hoofdstuk 4Zoetwater

Meanderende beek Essche stroom, Brabant, mei 2021

Foto bovenkant pagina: Meanderende beek Essche stroom, Brabant, mei 2021

Het is een grote uitdaging om Nederland ook in de toekomst te blijven voorzien van voldoende zoetwater van goede kwaliteit. Het aanbod van zoetwater is niet altijd toereikend voor de vraag. Dat bleek tijdens de langdurige droogteperioden in 2018, 2019 en het voorjaar van 2020. De combinatie van vaker lagere rivierafvoeren, zeespiegelstijging en bodemdaling maakt Nederland nog kwetsbaarder voor watertekorten dan nu al het geval is. De deltascenario's laten zien dat bij het huidige landgebruik en waterbeheer vaker watertekorten kunnen optreden. Het aanbod van water wordt onzekerder en tegelijkertijd neemt de watervraag toe. Dat betreft zowel het oppervlaktewater als het grond­water. Zonder aanvullende maatregelen raakt het watersysteem verder uit balans.

De urgentie van maatregelen is dus hoog, daarom zijn de financiële middelen in fase 2 van het Deltaplan Zoetwater verdubbeld. In totaal is € 800 miljoen beschikbaar voor een omvangrijk maatregelenpakket. Daarvan komt € 250 miljoen uit het Deltafonds; de zoetwaterregio's leveren een bijdrage van € 550 miljoen.

4.1Voortgang: uitvoering voorkeursstrategie Zoetwater

De komende jaren zijn ingrijpende keuzes nodig om ervoor te zorgen dat Nederland klimaatbestendig wordt. De fysieke kenmerken van het water- en bodemsysteem moeten leidend worden voor het ruimtegebruik. Bij keuzes in de ruimtelijke inrichting moet meer rekening worden gehouden met de beschikbaarheid van water. Ook zullen alle watergebruikers zuiniger om moeten gaan met water en moet water veel beter vastgehouden en slimmer verdeeld worden. En ten slotte moet de samenleving schade soms accepteren, omdat droogteschade niet altijd kan worden voorkomen (zie kader Voorkeursvolgorde in NOVI en NWP). Effecten van klimaatverandering zijn al merkbaar. Door drie droge jaren op rij dalen met name in Oost- en Zuid-Nederland de grondwaterstanden. De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft daarom een studiegroep grondwater ingesteld. Het KNMI heeft waargenomen dat de Hoge Zandgronden steeds vaker kampen met een neerslagtekort. In laag-Nederland is deze trend niet waargenomen. Meer dan de helft van de investeringen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater is bestemd voor de zandgronden, om de omslag te maken naar het beter vasthouden van water.

Laag-Nederland krijgt zoetwater door aanvoer vanuit met name de Rijn en Maas. De jaargemiddelde Rijnafvoer neemt toe, maar in de zomer of het najaar kan de afvoer langdurig laag zijn, zoals in 2018. Dit kan leiden tot lokale verzilting van het IJsselmeer en West-Nederland, innamestops, noodzaak van alternatieve aanvoer voor de waterschappen en drinkwatervoorziening en vaardieptebeperkingen voor de scheepvaart op de Waal en IJssel.

Hoog-Nederland heeft bijna alleen wateraanvoer via neerslag. Een langdurig neerslagtekort vermindert de aanvulling van de grondwatervoorraden, leidt tot dalende grondwaterstanden en uitdrogende bodem. Dit heeft in toenemende mate gevolgen voor de functies die daarvan afhankelijk zijn.

Uitvoeringsprogramma 2015-2021 (Deltaplan fase 1)

In de eerste fase van het Deltaprogramma Zoetwater (2015-2021) is een groot aantal maatregelen uitgevoerd of gestart. Enkele voorbeelden van in 2020 opgeleverde maatregelen zijn:

  • Doorvoer Roode Vaart: eind 2020 stroomde er na vijftig jaar weer water door de haven van Zevenbergen naar het Brabantse Mark-Vlietsysteem en de omliggende poldergebieden.
  • Uitrol van de programmatische aanpak in Hoge Zandgronden Zuid en Oost: decentrale overheden en stakeholders werken gezamenlijk aan fijnmazige maat­regelen om ervoor te zorgen dat het water- en landgebruik beter weerbaar is tegen droogte.
  • Verdere ontwikkeling van Slim Watermanagement: er zijn onder meer afgestemde redeneerlijnen opgesteld.

Meer informatie over opgeleverde maatregelen staat in paragraaf 4.4 en Achtergronddocument C.

Tijdens de uitvoering van het Deltaplan Zoetwater fase 1 is een groot gedeelte van het budget in de laatste jaren geïnvesteerd. De voortgang en vertraging van specifieke projecten worden steeds besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Ondanks de coronapandemie gaat het goed met de uitvoering. Voor een beperkt aantal projecten hebben de corona­maatregelen gevolgen gehad, zoals voor de processen voor waterbeschikbaarheid en het omgevingsmanagement van de uitvoeringsprojecten. De zoetwaterregio's verwachten in 2021, zoals afgesproken, de gebiedsprocessen voor waterbeschikbaarheid in alle urgente gebieden te hebben doorlopen.

Uitvoeringsprogramma 2022-2027 (Deltaplan fase 2)

Er is een nieuw uitvoeringsprogramma voor 2022-2027 opgesteld, met daarin een maatregelenpakket van € 800 miljoen (waarvan € 250 miljoen afkomstig uit het Deltafonds en € 550 miljoen van de zoetwaterregio's). Om de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland in beeld te brengen - evenals de risico's op watertekort - is een knelpuntenanalyse uitgevoerd, met als uitgangspunt de geactualiseerde deltascenario's voor 2050 en 2100. De knelpuntenanalyse vormt de basis voor het verkennen van maatregelen in de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater. Stapsgewijs is toegewerkt naar een voorkeursstrategie met een bijbehorend maatregelenpakket voor het hoofdwatersysteem en alle zoetwaterregio's (zie paragraaf 4.5, Tabel 13).

Alle zoetwaterregio's hebben regionale strategieën opgesteld, ter onderbouwing van de maatregelen in hun gebied. De strategieën zijn bestuurlijk vastgesteld in de regio. Alle maatregelen uit het uitvoeringsprogramma zijn in het Bestuurlijk Platform Zoetwater langs uniforme criteria gelegd en er is een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd. In de MKBA is ook gekeken naar landbouw en natuur. Uit de analyse blijkt dat veruit de meeste voorgestelde maatregelen een positief kosten-batensaldo hebben, ten opzichte van het beleidsarme nul-alternatief. De resultaten van het pakket als totaal zijn ook positief, zowel in het huidige klimaat en voor de deltascenario's ‘Druk' en ‘Stoom' in 2050. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft op verzoek van het ministerie van IenW een second opinion uitgevoerd voor de MKBA. De algemene indruk van het CPB is dat de MKBA - binnen de grenzen van wat mogelijk was - adequaat is uitgevoerd.

Slim Watermanagement

Slim Watermanagement is als onderzoeksmaatregel in het Deltaplan Zoetwater fase 1 (2015 -2021) opgenomen en heeft zich onder andere tijdens de droogte van 2018 als zeer effectief bewezen. Bij Slim Watermanagement werken waterschappen en Rijkswaterstaat in regio's intensief samen aan het verbeteren van het operationeel waterbeheer - over de beheergrenzen heen. Ze brengen maatregelen in beeld en implementeren ze. Doel is het beter benutten van het beschikbare water(systeem) om watertekort en wateroverlast zo lang mogelijk uit te stellen of te voorkomen, met zo min mogelijk energieverbruik. Belangrijkste mijlpaal in 2021 is het opstellen van het ‘Plan van aanpak Slim Watermanagement 2.0' voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater.

Strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem

De strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem gaat uit van het efficiënter benutten van de Rijn- en Maasaanvoer door de inzet van zoetwaterbuffers en zones in het hoofdwatersysteem. Het rivierwater wordt bij schaarste niet volgens een vaste sleutel verdeeld, maar via maatwerk op basis van behoefte en metingen. In het Bestuurlijk Platform Zoetwater van november 2020 is besloten om Slim Watermanagement ook te benutten voor het verder uitwerken en lerend implementeren van de strategie. Ook moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor scheepvaart.

Beleidstafel Droogte

Eind 2019 is de Eindrapportage Beleidstafel Droogte gepubliceerd. De hoofdlijn is dat een herbezinning op het watermanagement nodig is. Dat betekent zoetwater beter vasthouden, bergen en opslaan, zodat het gebruikt kan worden in perioden van watertekort en zodat het grondwater optimaal wordt aangevuld. Uitgangspunt is dat in de ruimtelijke inrichting meer rekening wordt gehouden met het aanbod en de beschikbaarheid van water. Met de uitvoering van de 46 aanbevelingen wordt Nederland beter weerbaar tegen droogte. De meeste aanbevelingen zijn belegd bij het Deltaprogramma Zoetwater. De uitvoering van vrijwel alle aanbevelingen ligt op schema of is afgerond. Het opstellen van regionale verdringingsreeksen is een belangrijke actie die nog in de afrondende fase zit.

Voorkeursvolgorde in NOVI en NWP

Bij de herijking van het Deltaprogramma in 2021 is een voorkeursvolgorde voor regionaal waterbeheer geïntroduceerd. Daarbij is het uitgangspunt dat bij de ruimtelijke inrichting rekening wordt gehouden met waterbeschikbaarheid en ingezet wordt op zuinig watergebruik. Daarnaast is de volgorde: vasthouden, slim verdelen en schade accepteren. De voorkeursvolgorde voor regionaal waterbeheer is ook vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (NWP). Daarmee is de volgorde als nationaal kader voor waterbeheer en ruimtelijke inrichting geborgd.

4.2Acties voor verbinding met andere opgaven en transities

Samenwerking met ruimtelijke adaptatie

Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (DPRA) draait om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland. Maatregelen als het verhogen van het waterpeil in veenweidegebieden, het vergroenen van de stad of het afkoppelen van hemelwater hebben gevolgen voor de zoetwatervraag. Daarom is een goede afstemming en samenwerking tussen DPRA en DPZW essentieel. Dit was ook een aanbeveling van de Beleidstafel Droogte en de eerste stappen hiervoor zijn al gezet. Enkele voorbeelden:

  • afstemming van de kennisagenda's en de organisatie van een gezamenlijke kennisdag in december 2020. Daarnaast is gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar de watervraag van de stad en de verzekerbaarheid van klimaatrisico's. De opgedane kennis wordt ontsloten via de website klimaatadaptatienederland.nl (voorheen ruimtelijkeadaptatie.nl).
  • bestuurlijke afstemming, onder meer door gezamenlijke overleggen van de stuurgroepen. Dit gebeurt zowel nationaal als in veel regio's (onder andere Hoge Zandgronden Oost en Zuid).
  • betere afstemming tussen enerzijds stresstesten en risico­dialogen en anderzijds de processen van waterbeschikbaarheid. Dit gebeurt onder meer door het benutten van zoetwaterkennis in de stresstesten.

Samenwerking met andere transitieopgaven

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) werkt aan het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw en aan Actielijnen klimaatadaptatie natuur. Door samen op te trekken - onder meer door samen regiobijeenkomsten te organiseren - ontstaat een betere verbinding tussen zoetwaterbeschikbaarheid en andere opgaven in het landelijk gebied. Te denken valt aan de stikstofproblematiek, natuurherstel en het vernatten van veenweidegebieden. Het ministerie van LNV heeft in het voorjaar van 2021 samen met het ministerie van IenW en de gebiedspartijen regionale bijeenkomsten in de zoetwaterregio's georganiseerd over klimaatadaptatie, water, landbouw en natuur.

In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) komt de verbinding tot stand met de verstedelijkings- en woningbouwopgave, het beleid voor de ruimtelijke ordening en de energie­strategieën (zie ook 5.4.2.).

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werkt aan de verbinding tussen cultureel erfgoed en de leefomgeving, onder meer door - samen met verschillende andere organisaties - bij te dragen aan Erfgoed Deals. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een onderdeel van het ministerie van OCW en werkt aan de integratie van cultureel erfgoed en klimaatadaptatie door het ontsluiten en ontwikkelen van kennis en het geven van advies bij concrete projecten. De Rijksdienst zoekt daarbij de verbinding met het Deltaprogramma Zoetwater. Voor het aanpakken van de zoetwateropgave kan onder andere worden gezocht naar locaties in het landschap die in het verleden al ingericht waren voor de opvang van water. Van oudsher natte cultuurhistorische landschapselementen en -structuren, zoals de vloeiweidesystemen, natte heide, rabatten, venen en broekbossen kunnen een bijdrage leveren aan het vertragen van de waterafvoer en de opvang van pieken.

Historische structuren inzetten

Het herstel van rabatten (langwerpige ophogingen tussen twee greppels) op Brabantse landgoederen kan een bijdrage leveren aan de zoetwateropgave. Delen van deze landgoederen overstroomden enkele decennia geleden nog regelmatig en het landgebruik was hierop ingesteld. Door de versnelde afvoer van de beken zijn zowel de regionale afwateringssituatie als het landgebruik sterk veranderd. De waterschappen, provincie Noord-Brabant en enkele landgoedereneigenaren bekijken hoe historische structuren op de landgoederen - zoals rabatten - ingezet kunnen worden voor slim waterbeheer, zowel voor tijdelijke piekberging als het langer vasthouden van water tegen verdroging.

Verbinding met Integraal Riviermanagement en gebiedsprogramma's

Het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) draait niet alleen om veiligheid, maar ook om opgaven als natuur, een aantrekkelijke leefomgeving, bevaarbaarheid en bodem­erosie. Waterbeschikbaarheid is daarbij een belangrijk onderdeel. Rivierbodemerosie werkt ook door in de waterverdeling in perioden met een lage rivierafvoer. De effecten op de zoetwaterbeschikbaarheid en bevaarbaarheid worden integraal meegenomen in de beleids­beslissing over de rivierbodemligging. Ook in programma's van bijvoorbeeld het IJsselmeergebied, de Zuidwestelijke Delta en Rijnmond-Drechtsteden wordt vaker de samenhang gezocht tussen waterbeschikbaarheid en opgaven als veiligheid, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), zeespiegelstijging en ruimtelijke ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor de watervraag (vernatten veenweide, bouw datacenters).

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging ontwikkelt kennis over de houdbaarheid en oprekbaarheid van de huidige deltabeslissingen en voorkeursstrategieën bij een extreme zeespiegelstijging en verkent de mogelijke handelings­perspectieven (zie ook paragraaf 2.1). Daarbij wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, geomorfologie en de gevolgen voor waterbeschikbaarheid - met name vanwege de verzilting van het grondwater en via de estuaria. Naar verwachting verschijnt in 2025 een advies voor de volgende zesjaarlijkse herijking van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in 2027.

4.3Signalen en nieuwe inzichten

Herbezinning op watermanagement

Het huidige waterbeheer - vooral gericht op het voorkómen van wateroverlast, afvoeren van water en het grootschalig onttrekken van grondwater - zorgt in het voorjaar en de zomer frequent voor watertekorten. Tijdens de drie droge jaren (2018, 2019 en 2020) werd dat vooral duidelijk op de Hoge Zandgronden, waar het watertekort fors was. De Beleidstafel Droogte constateerde dan ook dat een herbezinning op het huidige watermanagement (met name de focus op het afvoeren van water en het voorkómen van wateroverlast) nodig is. De focus moet liggen op het beter vasthouden van water, een slimmere verdeling en zuiniger gebruik.

Meer ruimte voor water

Opgaven voor zoetwater staan niet op zichzelf, daarom is betere samenwerking nodig met partijen buiten het waterdomein. Een transitie naar ‘meer water vasthouden' vergt immers meer dan herstel van het natuurlijke systeem. Ook het landgebruik moet in veel gevallen verbeteren door duurzamer bodembeheer en/of aangepaste bedrijfsvoering in de landbouw - rekening houdend met andere opgaven, zoals stikstofproblematiek en biodiversiteit. Er moet structureel meer ruimte voor water worden gereserveerd, voor het verhogen van grondwaterstanden en het opvangen van piekafvoeren. Dit is organisatorisch, financieel en communicatief een forse uitdaging.

Grenzen van het grondwaterbeheer

De drie droge jaren en de ontstane schade voor landbouw en natuur hebben aangetoond dat het grondwaterbeheer tegen grenzen aanloopt of de grenzen al heeft overschreden. De provincies en waterbeheerders op de zandgronden hebben onderzoek naar het grondwaterbeheer uitgevoerd.

De tussentijdse conclusie is dat alleen optimalisatiemaat­regelen niet volstaan en dat het ook nodig is om in gebieden transities in water- en landgebruik (met een verminderde watervraag) door te voeren. Daarbij wordt ook verbinding gezocht met de processen voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV's) voor de drinkwatervoorziening. Vanuit de Stuurgroep Water is de studiegroep grondwater gestart om de beleidsopgave voor grondwater in kaart te brengen. Het Deltaprogramma werkt daar nauw mee samen. Deze ambtelijke studiegroep inventariseert de beleidsopgaven voor grondwater op de middellange en lange termijn en gaat na voor welke beleidsopgaven extra inzet nodig is. Het doel is een set aanbevelingen om de strategie en ambitie voor grondwater te herijken en aan te scherpen.

Bodemdaling

Bodemdaling in stedelijke en landelijke gebieden leidt tot schade aan infrastructuur en bebouwing, en versterkt het risico op wateroverlast. Bovendien kan het tot grotere overstromingsrisico's leiden, zeker omdat ook de zeespiegel stijgt en de rivierafvoer toeneemt. In het Klimaatakkoord en de Nationale Omgevingsvisie zijn afspraken gemaakt over CO2-emissiereductie in veenweidegebieden via regionale strategieën. Het tegengaan van bodemdaling in de veengebieden vergt vernatting en dat leidt tot een toenemende watervraag. Die extra watervraag kan bijdragen aan extra watertekorten, bijvoorbeeld voor het IJsselmeergebied (zie ook paragraaf 6.2.3). Voor de regionale veenweidestrategieën en de waterbeschikbaarheid zijn integrale afwegingen nodig. De gevolgen van grondwaterstandsdaling en bodemdaling in bebouwde gebieden moeten integraal onderdeel worden van waterbeschikbaarheid en risicodialogen.

Bodemdaling en watervraag

Het tegengaan van bodemdaling in stedelijke en landelijke gebieden vergroot de watervraag. Uit de stresstesten en risicodialogen van de provincie Zuid-Holland en de knelpuntenanalyse van de zoetwaterregio West-Nederland blijkt dat nader onderzoek nodig is naar de watervraag van de stad voor vergroening en het nathouden van funderingen. Dit gebeurt in aanvulling op het onderzoek naar de watervraag voor het terugdringen van de verzilting en veenoxidatie in de veenweidegebieden.

Stresstest IJsselmeergebied

In het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat de kans op watertekort in het IJsselmeergebied sterker toeneemt dan voorzien. In het peilbesluit werd rekening gehouden met een kans op watertekort van eens in de 50 jaar. Uit een recente analyse blijkt dat - zonder aanvullende maatregelen - de kans op watertekort fors toeneemt: naar eens in de 5 jaar, op basis van het deltascenario ‘Stoom' voor 2050.

De kans op watertekort neemt toe als gevolg van afnemende aanvoer vanuit de IJssel, meer zoutindringing bij de Afsluitdijk en een minder optimale vulling van de IJsselmeerbuffer door een beperkte verwachtingstermijn. Ook groeit het watergebruik om bodemdaling in veenweidegebieden tegen te gaan* [1] . Deltares heeft de gevolgen van deze ontwikkelingen met een stresstest nader in beeld gebracht*[2]. Hieruit blijkt dat juist in de meest droge perioden veel water nodig is om de waterstand in veenweidegebieden op peil te houden. Mede hierdoor is de IJsselmeerbuffer vaker ontoereikend om in de zoet­watervraag te voorzien. Ook vermindert de effectiviteit van zoetwatermaatregelen in het IJsselmeergebied. Met name in de veenweidegebieden in Friesland en Noord-Holland is sprake van knelpunten. In het benedenrivierengebied - met veenweidegebieden in het Groene Hart - zijn de knelpunten beperkter. Dit komt door de beschikbaarheid van water uit rivieren en de uitgebreide Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA).

Het vergt nieuwe beleidskeuzen om in de komende decennia de kans op watertekort in het IJsselmeergebied te verkleinen. Hierbij gaat het zowel om beleid dat zich richt op het vergroten van het zoetwateraanbod als beleid dat focust op het voorkómen van een verdere toename van de zoetwatervraag:

  • Het vergroten van het aanbod van zoetwater is onder meer mogelijk door het maken van afspraken over waterverdeling in het programma Integraal Rivier­management, dat de komende jaren wordt opgesteld. Het Deltaprogramma Zoetwater onderzoekt ook de mogelijkheden voor een extra aanvoerroute via het Amsterdam-Rijnkanaal. Zoutindringing bij de Afsluitdijk kan worden tegengegaan door maatregelen bij de sluizen. In fase 2 van het Deltaplan Zoetwater wordt hiermee gestart.
  • Het voorkómen van een verdere toename van de zoet­watervraag richt zich op verschillende watergebruikers. Het gaat niet alleen om de veenweidegebieden, maar ook om watervraag vanuit de landbouw (beregening), datacenters en andere economische activiteiten. Dit vraagt om het maken van ruimtelijke afwegingen.

Uitvoeringskracht onder druk

De uitvoeringskracht van de regio's staat onder druk, door het grote aantal opgaven dat op hen afkomt. In de regio's moeten de grote transities worden gerealiseerd zoals de woonopgave, stikstofproblematiek, landbouwtransitie, bodemdaling en natuurherstel. Dit vergt uitvoeringskracht die in de regio schaars is - zeker bij gemeenten die ook voor grote sociaal-economische opgaven staan (zie ook paragraaf 1.3).

Internationale afstemming aanpak laagwater

De hoeveelheid water die jaarlijks via de grote rivieren Nederland binnenstroomt, is ruim twee keer zo groot als de hoeveelheid neerslag die jaarlijks valt: 70 miljard kuub versus 30 miljard kuub. Laag-Nederland is voor de water­beschikbaarheid erg afhankelijk van de aanvoer via de grote rivieren. Dit is historisch zo gegroeid. Het is van groot belang dat internationale afstemming over het beheer in perioden van schaarste plaatsvindt met de landen waar deze rivieren doorheen stromen.
Tijdens de Rijnministerconferentie van februari 2020 in Amsterdam is laagwater als hoofdthema toegevoegd aan het programma Rijn 2040. Er zal worden gewerkt aan klimaat- en gebruiksscenario's voor het Rijnstroomgebied en aan beoordelings- en oplossingscriteria voor laagwater. Doel is een gezamenlijke aanpak van de effecten van laagwatergebeurtenissen. De uitwerking van deze aanpak gebeurt in nauwe samenwerking met het Deltaprogramma Zoetwater.
De Internationale Maascommissie heeft in december 2020 een aanpak voor extreem laagwater vastgesteld. Hierin wordt onder andere ingegaan op de statistieken van laag­water, de effecten van laagwater, monitoring, handelingsperspectief en de mogelijke effecten van klimaatverandering op de ontwikkeling van laagwaterafvoer.

Inzichten uit Signaalgroep Deltaprogramma

De signaalgroep heeft geadviseerd te onderzoeken wanneer het huidige watergebruik tegen grenzen aanloopt en daarbij ook rekening te houden met extreme scenario's - zoals opeenvolgende droge jaren. Het Deltaprogramma (Zoetwater) neemt ook de aanbeveling over om - samen met waterbeheerders en watergebruikers - te bekijken in hoeverre watervragers hun gebruik zelf kunnen aanpassen en wanneer het punt komt dat een omslag van landgebruik onvermijdelijk wordt.

Kennisagenda Zoetwater

De Kennisagenda Zoetwater agendeert jaarlijks nieuwe kennisvragen en geeft inzicht in de voortgang en uitkomsten van reeds gestarte onderzoeken en pilots. De komende jaren draait de kennisagenda vooral om drie vragen:

  • Hoe maken we waterbeschikbaarheid als randvoorwaarde sturend in ruimtelijke ontwikkeling en waar lopen we tegen grenzen op?
  • Hoe verminderen we de afhankelijkheid van traditionele zoetwaterbronnen?
  • Hoe geven we invulling aan duurzaam grondwaterbeheer?

Door middel van de Nationale Watersysteemverkenning gaat het Rijk lopende onderzoeken op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening, ruimtelijke adaptatie, waterkwaliteit en scheepvaart in samenhang bekijken (zie paragraaf 2.1).

4.4Deltaplan Zoetwater 2015-2021 (fase 1)

Waterbeschikbaarheid

Inzicht in de waterbeschikbaarheid is een voorwaarde om goede maatregelen te kunnen kiezen. De droge zomers van de afgelopen jaren hebben de behoefte aan inzicht hierin vergroot. Alle zoetwaterregio's werken aan waterbeschikbaarheid met pilots, analyses en gebiedsprocessen. Dit is in lijn met de aanbeveling van de Beleidstafel Droogte om blijvend in te zetten op de uitwerking van waterbeschikbaarheid.
Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) coördineert en borgt de uitwerking van waterbeschikbaarheid en de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte. Daarbij stuurt het BPZ steeds meer op samenhang en samenwerking met de gebiedsprocessen voor het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA).

Ondanks de coronamaatregelen in 2020 verwachten de zoetwaterregio's in 2021 de gebiedsprocessen in alle urgente gebieden te hebben doorlopen. Waar gebieds­processen werden belemmerd door coronamaatregelen, zijn innovatieve oplossingen gezocht. Om belangstellenden te betrekken bij het zoetwaterproject Klimaatbestendige Wateraanvoer West-Nederland (KWA) zijn bijvoorbeeld digitale veldbezoeken mogelijk gemaakt. Via Google Maps kunnen belangstellenden negen locaties ‘bezoeken' en de laatste stand van zaken te weten komen.

Hoofdwatersysteem

De meeste maatregelen die Rijkswaterstaat uitvoert, liggen op schema. Drie van de tien maatregelen zijn afgerond. Alleen het project Noordervaart heeft te maken met vertraging en meerkosten, vanwege onverwacht veel cultureel erfgoed in de ondergrond en ontwikkelingen in de markt. Na zorgvuldige afweging op basis van de hiervoor ontwikkelde criteria van het Deltaprogramma Zoetwater heeft het Bestuurlijk Platform Zoetwater besloten zowel de vertraging als de meerkosten te accepteren.

Waterbeschikbaarheid voor het hoofdwatersysteem krijgt invulling via de Strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (zie paragraaf 4.1). In dat kader vindt afstemming plaats met andere waterbeheerders en met gebruikers. Daarnaast voert Rijkswaterstaat het programmamanagement voor Slim Watermanagement uit.

Tabel 12: Programmering maatregelen Deltaplan Zoetwater 2021 - 2023
2021 2022 2023 2024
IJsselmeergebied
Flexibilisering IJsselmeerpeil met: realisatie
HWS: operationaliseren Flexibel peilbeheer realisatie realisatie realisatie realisatie
HWS: maatregelen Friese IJsselmeerkust realisatie realisatie realisatie realisatie
HWS: robuuste natuurlijke oevers IJsselmeergebied 1e fase realisatie realisatie realisatie realisatie
HWS: Implementatie peilbesluit IJsselmeer
Projectprogramma Hogere Gronden Regio Noord met: realisatie realisatie
Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebied realisatie
Klimaatbestendig stroomgebied Drentse Aa
Proeftuin IJsselmeergebied met: klimaatpilots
Gouden gronden klimaatpilots
Proeftuin Hunze en Aa's klimaatpilots
Proeftuin Wetterskip Fryslân
Hoge Zandgronden
Uitvoeringsprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden, Regio Zuid realisatie realisatie
Uitvoeringsprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, Regio Oost realisatie realisatie realisatie
West-Nederland
Klimaatbestendige Water Aanvoer West-Nederland (KWA) realisatie realisatie realisatie realisatie
Optimalisatie watervoorziening Brielse Meer, stap 1 realisatie realisatie
Zuidwestelijke Delta
Roode Vaart doorvoer West-Brabant en Zeeland realisatie realisatie
Maatregelen robuust regionaal watersysteem realisatie
Klimaatpilot Proeftuin Zoetwater Zeeland met:
E4 - Omgevingsaanpak & pilot onderzoek Wetland - Milde Ontzilting klimaatpilots
E7 - Meer fruit met minder water klimaatpilots klimaatpilots
E13 – Ondergronds beregenen klimaatpilots klimaatpilots
Extra middelen voor de Proeftuin Zoetwater klimaatpilots
Rivierengebied
HWS: onderzoek langsdammen onderzoek
Start maatregelen Rivierengebied-Zuid realisatie realisatie realisatie
Hoofdwatersysteem (zie ook onder de regio's)
Waterbeschikbaarheid in het Hoofdwatersysteem (HWS) beleidsontwikkeling
Slim Watermanagement (SWM) onderzoek onderzoek
Noordervaart realisatie realisatie realisatie
Extra maatregelen Beleidstafel Droogte
HWS: Zoutmonitoring en modelontwikkeling Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal realisatie realisatie
HWS: Zoutmonitoring en model ontwikkeling in het IJsselmeer realisatie realisatie
HWS: Sturen op zout WNZ extra meetpunten RMM realisatie
HWS: Debietmeters Neder-Rijn Lek t.b.v. zoetwaterbuffers west NL realisatie
Ondersteuning regionale uitwerking verdringingsreeks IJsselmeergebied realisatie
Zoutkartering 1e fase realisatie realisatie
Pluspakket Regio Oost realisatie
Pluspakket Regio Zuid realisatie

Legenda: realisatie Realisatie onderzoek Onderzoek beleidsontwikkeling Beleidsontwikkeling klimaatpilots Klimaatpilots

4.5 Deltaplan Zoetwater 2022-2027 (fase 2)

De zoetwaterregio's en het Rijk hebben intensief samen­gewerkt om tot een goed onderbouwd maatregelenpakket te komen voor het Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027). Ze hebben daarbij een cyclus gevolgd van knelpunten­analyse naar achtereenvolgens mogelijke, kansrijke en uiteindelijk voorkeursmaatregelen. Het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 (zie Achtergronddocument D) bevat naast het maatregelenpakket een samenvatting van dit proces. Het plan vormt de onderbouwing voor de te programmeren bijdragen van het Deltafonds en de regio's. Het Deltaplan focust op de zoetwatermaatregelen in de periode 2022-2027 en biedt een doorkijk naar de periode 2028-2033 (fase 3).

Het Deltaplan 2022-2027 omvat meer dan 150 maat­regelen die zijn uitgewerkt in de zoetwaterregio's en voor het hoofdwatersysteem, passend bij de nationale en regionale opgaven. Alle maatregelen zijn beoordeeld via uniforme criteria en een maatschappelijke kosten-batenanalyse die is goedgekeurd door het Centraal Planbureau. De regionale maatregelpakketten zijn gebaseerd op bestuurlijk vast­gestelde regionale strategieën met zoveel mogelijk gekwantificeerde doelen.

Enkele karakteristieke maatregelen per regio zijn:

Hoofdwatersysteem (Rijkswaterstaat):

  • implementatie strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (zie paragraaf 4.1)
  • Maas: maatregelen voor doelmatig schutten en buffers
  • Rijn: maatregelen voor de klimaatbestendige zoetwater­voorziening zoals stuwen, schutverliezen/zoutlek en verkenningen
  • Slim Watermanagement*[3] (inclusief informatieschermen)

Noord-Nederland:

  • innovatie landbouw, verbetering aanvoer, nieuwe bronnen en buffercapaciteit
  • programma zandgronden (onder meer vasthouden, beekherstel, bodembeheer)

West-Nederland:

  • optimalisatie van aanvoerroutes (Krimpenerwaard, Kromme Rijn, Brielse Meer)
  • transitie naar alternatieve bronnen (brak water, effluent, hemelwateropslag)
  • vergroten eigen robuustheid (waterbesparing, flexibel peilbeheer, klimaatbuffers)

Zuidwestelijke Delta:

  • innovatieve landbouw
  • optimalisatie waterbeheer (aanvoerroutes, buffers, alternatieve bronnen)

Hoge Zandgronden Zuid:

  • programma zandgronden (onder meer vasthouden, beekherstel, bodembeheer)

Zoetwatervoorziening Oost:

  • programma zandgronden (onder meer vasthouden, beekherstel, bodembeheer)

Rivierengebied:

  • klimaatrobuuste inlaten en zelfvoorzienendheid gebied

Tabel 13 geeft inzicht in de investeringen in de tweede fase van het Deltaprogramma zoetwater om de maatregelen in het hoofdwatersysteem en zoetwaterregio's uit te voeren. De investeringen worden gedaan door het Rijk (Deltafonds), waterschappen, provincies, gemeenten, drinkwater­bedrijven en de watergebruikers. Maatregelen in het hoofdwatersystem worden volledig bekostigd uit het Deltafonds (zie tabel 13). Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio bekostigd; maximaal 25% van de kosten wordt uit het Deltafonds vergoed. Bovenregionale maatregelen en innovatieve maatregelen kunnen in aanmerking voor een maximale bijdrage van 50% uit het Deltafonds. In het Deltafonds is € 250 miljoen gereserveerd voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater. Samen met een regionale co­­financiering van € 540 miljoen wordt in de tweede fase een maatregelenpakket uitgevoerd met een omvang van circa € 800 miljoen (inclusief maat­regelen waarover nog besluitvorming plaatsvindt).

Het totale overzicht van alle maatregelen is terug te vinden in het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 (Achtergronddocument D).

Tabel 13: Overzicht van investeringen in de tweede fase
Zoetwaterregio's en Hoofdwatersysteem Investering
(mln €)
Deltafondsbijdrage
(mln €)
Hoge Zandgronden Zuid 200,0 50,0
Hoge Zandgronden Oost 200,0 50,0
Noord-Nederland
Waarvan Programma Zandgronden
120,6
60,0
31,7
15,0
West-Nederland 34,5 15,3
Zuidwestelijke Delta 85,9 21,0
Rivierengebied 7,0 1,8
Hoofdwatersysteem 54,8 54,8
Risicoreservering 11,1
Totaal vastgelegd in Deltaprogramma 2022 702,8 235,4
Nog te verdelen middelen 14,6
Totale investering vanuit het Deltafonds 250*[4]
Tabel 14: Maatregelen hoofdwatersysteem
Maatregel Deltafondsbijdrage
(mln €)
Waterbesparende maatregelen bij sluiscomplexen Maas 6,9
Internationale samenwerking versterken voor het waterbeheer in het stroomgebied van de Maas en de Roer 1,6
Verkenning naar de mogelijkheden voor waterberging/buffers langs de Maas 0,2
Voortzetting programma Slim Watermanagement (Slim WM) inclusief ontwikkeling landelijke informatieschermen*[5] 18,3
Integrale verkenning strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH) (o.a. verkenning strategische zoetwaterbuffers/verkenning ARK-route/onderzoek kansen herverdeling van water) 3,2
Beheer maatregelen voor het vergroten van het debiet bij stuw Hagestein 0,8
Maatregelen voor het beperken van de (externe) verzilting op de spuisluizen bij Den Oever (Afsluitdijk) 15,4
Flexibilisering van het stuwprogramma bij stuw Driel 0,8
Vergroten robuustheid wateraanvoer Twentekanalen (door aanpassing bij gemaal Eefde) 2,3
Ontwikkelen van een beslissing ondersteunend systeem (BOS) voor de Rijntakken inclusief het verziltingsgevoelig gebied 1,7
Verbeteren monitoring en informatievoorziening door realisatie van extra meetpunt 1,5
Verkenning en planuitwerking maatregelen tegen verzilting Kanaal Gent Terneuzen Chloride 1,4
Maatregelen reductie zoutindringing zeescheepvaartsluizen Delfzijl 1,2
Totaal 54,8
Beleidsopgaven en maatregelen zoetwater
Kaart 1 Beleidsopgaven en maatregelen zoetwater

Voetnoten

  1. Het effect van onderwaterdrainage en passieve peilstijging in veenweidegebieden op knelpunten in de zoetwatervoorziening | Publicatie | Deltaprogramma.
  2. Stresstest voor het Deltaprogramma Zoetwater fase II | Publicatie | Deltaprogramma.
  3. Slim Water Management (Slim WM) is een programma en werkwijze van Rijkswaterstaat en de waterschappen gezamenlijk. Omdat Rijkswaterstaat het budget aanvraagt, beheert en de landelijke coördinatie voert, is Slim WM opgenomen onder maatregelen voor het hoofdwatersysteem.
  4. Investeringen zijn afgerond op één cijfer achter de komma waardoor het totaal niet precies de optelsom is van de investeringen.
  5. Slim Watermanagement is een gezamenlijk programma van Rijkswaterstaat en de waterschappen. Omdat Rijkswaterstaat het budget aanvraagt en beheert en het programmamanagement doet, is Slim Watermanagement opgenomen in de tabel voor het hoofdwatersysteem.