Hoofdstuk 5Ruimtelijke Adaptatie

Foto bovenkant pagina: Stoeptegels eruit voor geveltuinen, Rotterdam, juni 2021

Aanpassing aan klimaatverandering is dringend noodzakelijk en wordt urgenter naarmate de mondiale opwarming doorzet. In 2020 heeft de Global Commission on Adaptation (GCA) wereldwijd acties geagendeerd om de aanpak te versnellen. Ook Nederland kiest voor versnelling. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en de Nationale klimaatadaptatiestrategie worden in samenhang uitgevoerd. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn volop bezig met de stapsgewijze aanpak van het deltaplan. Inmiddels is de fase bereikt van risicodialogen en uitvoerings­programma's. Veel gemeenten voeren al maatregelen uit.

5.1Voortgang: uitvoering deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie

Het belangrijkste spoor voor de uitvoering van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie loopt via het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA). De voortgang daarvan wordt beschreven in paragraaf 5.4. De uitvoering van het DPRA vindt vooral plaats in het ruimtelijke domein. Door daar de juiste keuzes voor een klimaatbestendige inrichting van Nederland te maken, zijn grote stappen vooruit te zetten. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn hiervoor belangrijke principes vastgesteld (zie figuur 6). Klimaatadaptatie is een belangrijk onderdeel van de NOVI; het is de basis van prioriteit 1 'Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie'. Ook in het Nationaal Waterprogramma (NWP) is klimaatadaptatie één van de belangrijkste boodschappen; daar is het benoemd in de eerste hoofdambitie 'Een veilige en klimaatbestendige delta'. In deze twee programma's worden het beleid en de werkzaamheden van het Rijk op het gebied van klimaatadaptatie vastgelegd. Hiermee wordt het Deltaprogramma op rijksniveau wettelijk verankerd. Dit gebeurt ook op regionaal niveau, onder meer in de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en regionale waterbeheerprogramma's. Het is de verwachting dat de doorvertaling van de NOVI naar provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies richting geeft aan ruimtelijke keuzes rond klimaatadaptatie op deze schaalniveaus. Tijdens een digitale bijeenkomst op 17 mei 2021 - georganiseerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) - bleek dat gemeenten hier volop mee aan de slag zijn gegaan.

>NOVI-afwegingsprincipes voor inrichting en gebruik van de fysieke leefomgeving uitgewerkt voor water. Bron: Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027.Deze figuur wordt mogelijk nog aangepast in het Definitieve Nationaal Water Programma dat wordt gepubliceerd in maart 2022.
Figuur 6 NOVI-afwegingsprincipes voor inrichting en gebruik van de fysieke leefomgeving uitgewerkt voor water. Bron: Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027. Deze figuur wordt mogelijk nog aangepast in het Definitieve Nationaal Water Programma dat wordt gepubliceerd in maart 2022.

Versnelling

De uitvoering van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie wordt versneld door diverse acties uit het deltaplan, zoals het invoeren van de tijdelijke Impulsregeling, waarvoor de minister van IenW vanaf 2021 € 200 miljoen ter beschikking heeft gesteld en de andere overheden voor € 400 miljoen cofinancieren. Ook is er steeds meer aandacht voor economische sectoren buiten het waterdomein, zoals de bouw-, infrastructuur- en landbouwsector en voor samenwerking tussen diverse publieksinitiatieven, zoals campagnes voor het vergroenen van tuinen en 'tegelwippen'. Meer voorbeelden van versnelling staan in paragraaf 5.3 en in de Nieuwsbrief Klimaatadaptatie.

5.2Acties voor verbinding met andere opgaven en transities

De doorwerking van klimaateffecten in brede zin krijgt veel aandacht in de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Naast watergerelateerde klimaateffecten gaat het onder meer om de gevolgen van hitte voor de gezondheid en de gevolgen van het verschuiven van temperatuurzones voor de biodiversiteit. Specifieke actieprogramma's richten zich op het vergroten van de bewustwording voor deze effecten en het nemen van klimaatadaptatiemaatregelen. De actieprogramma's leggen verbinding met belangrijke economische sectoren zoals de bouw, infra, landbouw en cultureel erfgoed. De uitvoering van het DPRA sluit hier goed op aan, mede doordat NAS en DPRA sinds 2020 bij het ministerie van IenW zijn ondergebracht bij één team Klimaatadaptatie.

Cultureel erfgoed

Een voorbeeld van het inzetten van erfgoed als aanknopingspunt voor klimaatadaptatie is een project in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Hier zijn groenstructuren ingezet voor een ontwerp om de wijk klimaatbestendiger te maken en een nieuwe impuls te geven. Het gaat zowel om de oude landschapsstructuren als de uitgangspunten (lucht, licht en ruimte) uit de wederopbouwperiode (1940-1965). Het Utrechts Architectuurcentrum AORTA heeft een multidisciplinair onderzoek opgezet. Hierbij zijn - via een cultuurhistorische verkenning - de opzet en kwaliteiten van de wijk benoemd, met het oog op de klimaatopgave. Ook is het watersysteem geanalyseerd en is tijdens ateliers een routekaart van maatregelen tot stand gekomen.

Klimaatinspanningskaart

Het ministerie van IenW werkt aan een klimaatinspanningskaart. Deze kaart toont de kwetsbaarheid van locaties voor overstromingen en neerslag en de inspanning die nodig is om deze kwetsbaarheid te verminderen. De informatie reikt tot 2150 en kan gebruikt worden bij locatiekeuzes en het ontwerp van toekomstige woongebieden - zowel bij nieuwbouw als bij de verdichting van bestaand gebied. De kaart kan gebruikt worden ter ondersteuning van gesprekken over de manier waarop de verstedelijkingsopgave op lange termijn klimaatbestendig te realiseren is.

Klimaatadaptatie in verstedelijkingsstrategie regio Zwolle

De regio Zwolle werkt aan een verstedelijkings­strategie waarmee wordt onderzocht of en hoe 40.000 tot 80.000 nieuwe woningen in dit gebied kunnen worden gerealiseerd. De 22 gemeenten, betrokken provincies en waterschappen in de regio Zwolle werken hieraan samen met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en IenW. De strategie draagt bij aan de landelijke woningbouwopgave van 1 miljoen woningen in 2030. Er is een quickscan uitgevoerd van het watersysteem en de klimaatrisico's in 2050, 2100 en 2150. Op deze manier wordt in de verstedelijkingsstrategie rekening gehouden met de opgave van klimaatverandering - zowel met locatiekeuzen als inrichtingsprincipes. Voor de quickscan is dezelfde methode gebruikt als voor de landelijke klimaatinspanningskaart.

5.3Signalen en nieuwe inzichten

De uitvoering van het DPRA vindt plaats in 45 werkregio's. In iedere werkregio zijn stresstesten uitgevoerd en worden meerdere risicodialogen gevoerd om te komen tot uitvoeringsagenda's voor de benodigde klimaatadaptatiemaat­regelen. Begin 2021 is een monitoringsronde[1] gehouden; hieruit komt naar voren dat met name gemeenten veel werk hebben aan het intern en extern voeren van risicodialogen. Waterschappen en provincies spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van integrale ruimtelijke visies waarin klimaatadaptatie verbonden wordt met andere ruimtelijke opgaven en als partner in de risicodialogen. De zeven gebiedsoverleggen ruimtelijke adaptatie dragen bij aan de afstemming met en tussen werkregio's en vormen een schakel met het nationale niveau. Hier worden ook werkregio-overstijgende thema's gezamenlijk uitgewerkt, zoals monitoring, communicatie doorwerking van de strategie - binnen de afspraken in uitvoeringsagenda's-in-ontwikkeling. Het programmateam DPRA ondersteunt dit proces met kennis, tools en netwerken. Samenwerking en het uitwisselen van ervaringen moet leiden tot vergroting van de uitvoeringskracht in de regio.

Gezamenlijk kennisprogramma

De kennisactiviteiten van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie, de Nationale klimaatadaptatiestrategie en het Deltaprogramma Zoetwater worden ondergebracht in het Kennisprogramma Klimaatadaptatie. Dit programma bestaat uit drie onderdelen:

  • ontwikkeling van fundamentele systeemkennis over de gevolgen en risico's van klimaatverandering;
  • toepassing van kennis voor het rijksbeleid;
  • toepassing van kennis voor decentrale overheden, bedrijven en burgers.

De producten van het kennisprogramma hebben in 2020 diverse signalen en inzichten opgeleverd[2]:

  • Klimaat en Watervraag Stedelijk Gebied: de watervraag in het stedelijk gebied neemt toe, niet alleen door klimaatverandering, maar ook door de noodzakelijke klimaatadaptatiemaatregelen, zoals meer blauw en groen in de stad.
  • Sociale veerkracht en klimaatadaptatie: in dit verkennende onderzoek worden de effecten van klimaatverandering voor kwetsbare mensen en wijken in beeld gebracht, de sociaaleconomische voorwaarden voor maatregelen beschreven en richtlijnen gegeven voor een participatie-aanpak op maat.
  • Nieuwe versie Klimaatschadeschatter: de Klimaatschadeschatter geeft nu ook inzicht in risico's en kosten voor landbouw (onder meer droogteschade) en natuur (onder meer schade door bestrijding van natuurbranden); een nieuwe infographic brengt alle becijferde schademechanismen in beeld.
  • Nieuwe versie Toolbox Klimaatbestendige Stad: de toolbox is onder meer uitgebreid met het effect van maat­regelen op de gevoelstemperatuur en met een berekening van de extra baten van klimaatadaptatiemaatregelen.
  • Monitoring Lokale Klimaatbestendigheid: dit onderzoek heeft een set indicatoren voor klimaatbestendigheid opgeleverd die in twee casestudies (Apeldoorn en Delft) zijn toegepast, gebruikmakend van beschikbare data.
  • ERA4CS (EU-programma European Research Area for Climate Services): Nederland neemt deel aan dit programma en bij tien onderzoeken zijn Nederlandse kennisinstellingen betrokken. De tussenresultaten zijn op het Kennisportaal Klimaatadaptatie gepubliceerd en afronding vindt plaats medio 2021.
  • De kennis uit het onderzoek 'Grootschalig actief grondwaterpeilbeheer in bebouwd gebied' is verder uitgewerkt, samen met het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. Er is een factsheet gemaakt, in overleg met overheden en marktpartijen. De factsheet betreft een actualisatie van de beschikbare kennis en ervaring die is opgedaan met actief grondwaterpeilbeheer in de periode 2017-2020.

5.4Voortgang Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie omvat zeven ambities, die moeten leiden tot een klimaatbestendige en water­robuuste inrichting van Nederland in 2050.

5.4.1 Voortgang stresstesten, risicodialogen en uitvoeringsagenda's

Het werken aan de eerste drie ambities - stresstesten, risicodialogen en uitvoeringsagenda's - is in volle gang. Op een nieuwe monitorkaart is te zien is welke stresstesten in Nederland zijn uitgevoerd.

 

Risicodialogen en uitvoeringsagenda's

Een regionale monitoring via interviews heeft inzichtelijk gemaakt in welke fase de werkregio's zich in het begin van 2021 bevonden. Bijna alle werkregio's zijn begonnen met het voeren van risicodialogen en zijn tevreden met de voortgang ervan. Wel zijn er landelijk grote verschillen in aanpak. De risicodialogen leiden tot een sterkere bewustwording over klimaatadaptatie bij collega's van andere disciplines binnen de gemeente en partners in de regio. Ook leiden ze tot samenwerking tussen de betrokken partijen, hoewel de continuïteit ervan een aandachtspunt is. Vooral de kleinere en middelgrote overheden ervaren een grote tijdsdruk en een gebrek aan capaciteit. Ook moet omgeschakeld worden naar andere vaardigheden, zoals strategisch denken en gespreksvaardigheden. Een ander aandachtspunt is de samenwerking met netwerken die zijn gerelateerd aan andere opgaven (zoals de energietransitie) en met commerciële partijen, zoals ontwikkelaars en bedrijven. Daarvan zijn weliswaar voorbeelden - zoals het convenant Klimaatbestendig Bouwen van de provincie Zuid-Holland, mogelijk gevolgd door een convenant in Noord-Nederland - maar in het algemeen komt de publiek-private samenwerking nog maar schoorvoetend tot stand. Het programmateam DPRA probeert hierin een stimulerende rol te blijven vervullen. Een groeiend aantal gemeenten en werkregio's heeft een uitvoeringsagenda klimaatadapatie vastgesteld.

Ruimtelijke strategieën en klimaatadaptatiestrategieën

Een mijlpaal in 2020 was het uitkomen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, zie paragraaf 5.1). De NOVI geeft richting aan klimaatadaptatie. Een aantal provincies werkt inmiddels met provinciale klimaatadaptatieprogramma's, zoals provincie Zuid-Holland met het programma Weerkrachtig Zuid-Holland (zie kader) en provincie Utrecht met het programma 'Op weg naar een klimaatbestendig Utrecht'. Voor Noord-Brabant en Limburg als geheel hebben de samenwerkende overheden in het gebied het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland vastgesteld (zie kader). Verschillende regio's hebben inmiddels een Regionale Adaptatiestrategie (RAS) vastgesteld of zijn bezig met de voorbereiding ervan.

>De zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
Figuur 7 De zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Via de RAS wordt ook verbinding gelegd met de NOVI en het Nationaal Programma Landelijk gebied. Veel gemeenten verankeren het klimaatadaptatiebeleid in bestaande documenten zoals het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), het groenbeheerplan of programma's van eisen voor nieuwbouw en renovatie. Ook de meeste waterschappen hebben een klimaatadaptatiestrategie ontwikkeld en verwerkt in een programmatische aanpak. De waterschappen zijn daarbij gericht op zowel de eigen taken als de taken van partners.

Provinciale aanpak Weerkrachtig Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland heeft haar klimaatadaptatiestrategie vastgelegd in het programma Weerkrachtig Zuid-Holland. Sindsdien zijn stresstesten uitgevoerd en diverse thematische coalities voor samenwerking en dialoog gevormd (waaronder het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en een samenwerking met woningcorporaties). Ook zijn handreikingen verschenen, onder meer voor het benutten van meekoppelkansen met de energietransitie, nieuwbouw, beheeropgaven van woningcorporaties en een 3D-ordening van de ondergrond. Een volledig overzicht van de resultaten van het programma staat in de Tussenstand Weerkrachtig Zuid-Holland. Begin 2021 verscheen de eerste Provinciale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Daarin beschrijft de provincie alle eigen acties, projecten en inzet die bijdragen aan het klimaat­adaptief en waterrobuust inrichten van Zuid-Holland. De uitvoering richt zich onder meer op infrastructuur, de energietransitie, innovatie, natuur en water, de gebouwde omgeving, gezondheid en veiligheid, het inkoop­beleid en eigen vastgoed.

Klimaatproof Brabant en Uitvoeringsprogramma Zuid-Nederland

Provincie Noord-Brabant heeft Klimaatproof Brabant als een van de vijf hoofdopgaven benoemd in de omgevingsvisie. Deze hoofdopgave is in 2020 verder uitgewerkt in de Visie klimaatadaptatie. Noord-Brabant gaat klimaatadaptatie via vier sporen aanpakken:

  1. klimaatadaptatie als integraal onderdeel van alle provinciale portefeuilles, programma's en projecten (bestuursopdracht Gedeputeerde Staten);
  2. aanpak verdroging en wateroverlast samen met de partners met een grootschalige gebiedsgerichte, 'groen-blauwe' werkwijze, in samenhang met de natuuropgaven en nieuwe perspectieven voor duurzame, klimaatbestendige landbouw;
  3. verankering klimaatadaptatie in de samenleving door bewustwordingsactiviteiten en actief handelen door inwoners, volgens het principe van Design Thinking: het abstracte begrip klimaatadaptatie aan laten sluiten bij de belevingswereld van de verschillende doelgroepen en leefstijlen (zoals het impactproject Omgaan met extreem weer);
  4. samenwerking op het schaalniveau van Zuid-Nederland, onder regie van de provincie en ondersteund met onder meer kennisontwikkeling en -uitwisseling (onder meer via het klimaatportaal) en subsidies.

Voor Noord-Brabant en Limburg, waaronder dertien werkregio's, hebben begin 2021 het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland vastgesteld. Dit bestaat uit een gezamenlijke ambitie en strategie, een uitvoeringsagenda voor ruimtelijke adaptatie en een werkplan voor zoetwater (Hoge zandgronden Zuid). De Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatie combineert het opstellen van de uitvoeringsagenda's in de dertien werkregio's met de uitwerking van thema's in het ambtelijk Platform Klimaatadaptatie Zuid-Nederland (zoals monitoring). De agenda's worden de komende jaren via dialogen steeds scherper en concreter en komen onder regie van de provincie tot stand. Dat maakt het mogelijk opgaven voor het omgaan met extreem weer op diverse schaalniveaus en in stedelijk en landelijk gebied met elkaar te verbinden.

Analyse

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft Stichting CAS gevraagd om een kwalitatieve analyse te maken over de manier waarop gemeenten klimaatadaptatie aanpakken. Het PBL gebruikt de resultaten voor het project Nederland Later, dat beleidsopties in beeld brengt voor de ruimtelijke inrichting van Nederland op de lange termijn.

Vitaal en Kwetsbaar

Vitale en kwetsbare processen zijn een speciaal onderdeel van het Deltaprogramma. Vorig jaar vroeg de deltacommissaris hier extra aandacht voor. In de rapportage van de City Deal Klimaatadaptatie worden vitale en kwetsbare functies als een van de opschalingsthema's benoemd. Uit werk­bezoeken van de deltacommissaris bij de processen 'drink­water' en 'elektriciteit' bleek dat het onderwerp klimaatadaptatie inmiddels goed op de agenda staat; er wordt actief gewerkt aan onderzoeken, het delen van ervaringen en het nemen van maatregelen. Netbeheer Nederland heeft een 'werkgroep klimaat' in het leven geroepen om kennis over de impact van klimaatverandering te onderzoeken en te delen. Ook bij de andere processen is aandacht voor dit thema. In Achtergronddocument F staat een uitgebreidere beschrijving van de voortgang van de nationale vitale en kwetsbare processen. Op het Kennisportaal staat sinds in december 2020 een dossier over vitaal en kwetsbaar. De Stuurgroep Ruimtelijke adaptatie heeft in januari 2021 in een brief aan de werkregio's aandacht gevraagd voor samenwerking met Veiligheidsregio's als bron van informatie over uitval van vitale processen.

Provinciale netwerken

De regionale bereikbaarheid is kwetsbaar voor klimaatverandering. De provincies werken samen aan klimaatadaptieve risicobeheersing van de regionale infrastructuur, onder coördinatie van de provincie Overijssel. Provincie Noord-Holland heeft bijvoorbeeld in 2020 een klimaatstresstest uitgevoerd voor de provinciale wegen en stelt nu samen met de veiligheidsregio evacuatieprofielen op. Provincie Gelderland beschikt over een Klimaateffectatlas van Gelderse Infrastructuur en heeft klimaatadaptatie verankerd in de Trajectprogrammering. Klimaatadaptatie is in deze provincie ook onderdeel van duurzame aanbestedingen in de wegenbouw. Ook drinkwatervoorziening moet klimaatbestendig worden. Begin 2021 is de Verkenning naar een klimaatbestendige drinkwatervoorziening verschenen, als samenwerkingsproduct van IPO, Vewin en het ministerie van IenW. De provincies en drinkwater­bedrijven presenteren hierin hun adaptatie­strategie om tot 2040 over voldoende drinkwater van voldoende kwaliteit te beschikken, met inzet van aanvullende strategische voorraden, waterbesparing en alternatieve bronnen.

Rijkswaterstaat en Prorail

Rijkswaterstaat heeft in 2020 voor het hoofdwater­systeem een kwalitatieve stresstest en het grootste deel van de interne risicodialogen afgerond. De stresstest van het hoofdvaarwegennet heeft zich in 2020 als eerste gericht op de grootste bedreiging: laagwater in combinatie met bodem­erosie in de Rijn en de Maas. In 2021 wordt deze stresstest voortgezet voor de rest van het hoofdvaar­wegennet en worden ook hoogwater en hitte onderzocht. De stresstest voor het wegennet was in 2019 al afgerond; 2020 is deze gebruikt om in combinatie met de start van de interne risicodialoog op onderwerpen te verdiepen, zoals gerichter onderzoek naar de effecten van regionale overstromingen en droogte. Presentatie en doorwerking van de resultaten van de stresstesten vinden onder meer plaats via de RWS Klimaateffectatlas.

In 2021 voert Rijkswaterstaat voor de (vaar)wegen en het watersysteem externe risicodialogen met partner­overheden, andere netwerkbeheerders en belangen­organisaties van gebruikers. Doel is een eerste versie van een uitvoeringsagenda op te stellen. Prorail is met een vergelijkbaar proces bezig om te komen tot een uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. Het ministerie van IenW ontwikkelt een afweegkader om klimaatadaptatie voor deze rijksnetwerken te implementeren.

5.4.2 Meekoppelkansen benutten

Voor klimaatadaptatie is het belangrijk om integraal te werken, meekoppelkansen met andere ruimtelijke ontwikkelingen te benutten en programmering en planning af te stemmen. Er zijn veel mogelijkheden om de aanpak en maatregelen uit de verschillende transities te combineren. Denk bijvoorbeeld aan waterberging in natuurgebieden, groen in de stad en vermindering van hitte in de bebouwde omgeving. Er zijn veel aansprekende voorbeelden van het meekoppelen van opgaven: in assetmanagement, in het beheer van de openbare ruimte, in gebiedsontwikkeling. Veel van deze ontwikkelingen en opgaven komen in regionale gebiedsprocessen samen. Besluiten over de fysieke leefomgeving zullen uiteindelijk vaak op gemeentelijk of provinciaal niveau genomen worden.[3]

Koppeling klimaatadaptatie en energietransitie in Groningen

Paddepoel is een grote wijk in Groningen die is gebouwd in de jaren zestig en zeventig. De gemeente Groningen heeft in deze wijk een warmtenet aan laten leggen door WarmteStad. Tegelijkertijd worden drie straten opnieuw ingericht, zodat ze bestand zijn tegen hevige regenbuien en hete periodes. Zo koppelt de gemeente de energietransitie aan klimaatadaptatie. En ook aan burgerparticipatie, door de maatregelen zoveel mogelijk samen met bewoners te bedenken.

Koppeling klimaatadaptatie en gezondheid in Dordrecht

In de uitvoeringspilot 'Dordwijkzone: stadspark als natuurlijke klimaatbuffer' speelt gezondheids­bevordering een rol bij het nemen van klimaat­adaptatiemaatregelen. Zo verschijnt in de Vogelbuurt een groene corridor tussen het Vogelplein en het sportpark. Vervolgens wordt onderzocht of deze corridor bijdraagt aan de gezondheid van de omwonenden. Een andere maatregel is Parkway Overkampweg. Hierbij wordt de bomenrij langs de Overkampweg uitgebreid met boomsoorten uit het Overkamppark. Dit zorgt voor een groene, schaduwrijke route rond het park, waaraan ook een ziekenhuis is gelegen. Er wordt onderzocht of deze toename van groen de gezondheid van de patiënten van het ziekenhuis ten goede komt.

5.4.3 Stimuleren en faciliteren

Pilots uitvoeringsprojecten: hoogtepunten

Acht pilots voor uitvoeringsprojecten hebben een financiële bijdrage ontvangen van de minister van IenW: Meerssen[4], Groningen, de regio Utrecht, Eindhoven, Horst aan de Maas, Dordrecht, provincie Gelderland en Enschede. De klimaatadaptatiemaatregelen worden in de jaren 2019 tot en met 2021 gerealiseerd. Bij alle projecten worden de leerpunten opgehaald en wordt getoetst of de maatregelen effectief zijn en de beoogde doelen worden behaald. De looptijd van deze monitoringstrajecten varieert van kort (1 jaar) tot lang (10 jaar). Tijdens twee kennissessies in november 2020 hebben de acht pilots hun leerpunten en nieuwe inzichten uitgewisseld. De uitkomsten zijn gedeeld via het Kennisportaal en in de Nieuwsbrief Klimaatadaptatie.

Tijdelijke impulsregeling van start

Vanaf 1 januari 2021 is de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie van kracht, bedoeld om de uitvoering van klimaatadaptatie te versnellen. De minister van IenW heeft hiervoor € 200 miljoen ter beschikking gesteld. Bij aanvragen wordt uitgegaan van twee derde cofinanciering door de werkregio's. Begin 2021 zijn regionale informatiebijeenkomsten georganiseerd om kennis over en bekendheid van de regeling bij de werkregio's te vergroten[5]. De eerste beschikkingen zijn in mei 2021 afgegeven.

>Infographic over de Impulsregeling Klimaatadaptatie
Figuur 8 Infographic over de Impulsregeling Klimaatadaptatie

Financiële prikkels voor private partijen

In de Alliantie Financiële prikkels zijn pilots uitgevoerd om te onderzoeken of bewoners hun tuinen klimaatbestendig inrichten als ze daarvoor financiële prikkels krijgen. Ook hebben gemeenten en waterschappen uitgezocht hoe in gemeenten de besluitvorming over de inzet van financiële prikkels kan worden ondersteund (ambitie 2: voeren risicodialoog). De resultaten zijn gerapporteerd in 'Gedragsaanpak financiële prikkels voor klimaatadaptatie[6]' en in de Beleidsmixer. Uit de pilots blijkt onder meer dat de overheid de kennis bij burgers over financiële stimuleringsmaatregelen overschat. Ook is de eenvoud van de ontworpen prikkel van belang voor de effectiviteit ervan, zo tonen de pilots aan.

Verkenning rol financiële instellingen klimaatadaptatie

Het Platform Samen Klimaatbestendig heeft in 2020 een verkenning uitgevoerd naar de rol van financiële instellingen bij het klimaatbestendig inrichten van de fysieke leefomgeving. Hieruit blijkt dat banken, verzekeraars en investeerders via hun dienstverlening (financieringen en verzekeringen) en investeringsbeslissingen steeds meer rekening houden met de risico's van klimaatverandering. Ze zijn zich er in toenemende mate van bewust dat klimaatrisico's ook financiële risico's opleveren. Financiële instellingen zullen naar verwachting in toenemende mate met hun klanten communiceren over klimaatrisico's en ook de prijs van hun producten koppelen aan deze risico's.

Ondersteuningsprogramma van de VNG

In het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie is afgesproken dat middelen beschikbaar zijn voor decentrale overheden die nog niet of nauwelijks zijn toegekomen aan het uitvoeren van stresstesten en risicodialogen. Het Rijk heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gevraagd dit ondersteuningsprogramma te organiseren, omdat vooral (kleine) gemeenten een extra steun in de rug kunnen gebruiken. Sinds 2019 is de ondersteuning stapsgewijs aangepakt. Na collegiale gesprekken op managementniveau en bestuurlijk niveau, hebben in 2020 dertig gemeenten ondersteuning op maat gekregen. De ondersteuning heeft zich zowel gericht op het op gang brengen van het interne proces als op verbetering van de aansluiting op DPRA-activiteiten en ondersteuning in de regio en nationaal. Dit heeft onder meer het volgende opgeleverd:

  • meer structuur, vastgelegd eigenaarschap en de start van kernteams, waarbij verbinding is gelegd met duurzaamheidsprogramma´s en de Omgevingswet;
  • klimaatadaptatie is vaker onderdeel van uitvoeringsprojecten en meekoppelkansen in probleemgebieden worden onderdeel van uitvoeringsprogramma's;
  • bredere interne betrokkenheid waardoor klimaat­adaptatie een sterkere plaats heeft gekregen in ruimtelijke projecten en beheer en onderhoud;
  • activiteitenplannen geven perspectief op het beter realiseren van DPRA-ambities;
  • aangepast ruimtelijk werkproces waardoor klimaatadaptatie meer aandacht krijgt, in de bebouwde kom, op bedrijventerreinen, in het landelijk gebied en op ontwikkellocaties.

De opgedane kennis en inzichten zijn beschreven in een rapport. Belangrijke uitdagingen voor veel van deze (kleine) gemeenten zijn een tekort aan financiële middelen, de combinatie van de vele nieuwe opgaven in het fysieke domein, de complexiteit van integraal werken, vaardig­heden die daarvoor nodig zijn in de ambtelijke organisatie en regionale samenwerking. Op 17 mei 2021 is het ondersteuningsprogramma afgesloten met een digitaal evenement.

Leeromgeving Klimaatadaptatie

In 2021 is de Leeromgeving Klimaatadaptatie van start gegaan met het aanbieden van de trainingen 'Participatie & co-creatie', 'Organisatie en samenwerking', 'Klimaatadaptatie in bestaande wijken' en 'Klimaatadaptief bouwen en ontwikkeling'. De trainingen richten zich op professionals bij gemeenten, waterschappen en provincies, maar ook op andere doelgroepen zoals projectontwikkelaars. De leeromgeving en trainingen zijn gebaseerd op interactief leren en bieden handelingsperspectief. Door het inbrengen van eigen casuïstiek kunnen deelnemers de aangeboden kennis koppelen aan hun eigen werkprocessen en projecten.

Platform Samen Klimaatbestendig

Het Platform Samen Klimaatbestendig is een doelgroepgericht publiek-privaat netwerk van 'klimaatwerkers'. Zij stimuleren en faciliteren het werken aan klimaatadaptatie, door het uitwisselen van praktijkervaring en kennis, het stimuleren van nieuwe strategische samenwerkingen en het opschalen van succesfactoren. Hierdoor hoeven professionals niet overal het wiel opnieuw uit te vinden. De klimaatwerkers hebben zich in 2020 gericht op lokale overheden en op verschillende private sectoren en themagebieden, zoals de tuinsector, bedrijventerreinen en woningcorporaties. Verkenningen zijn uitgevoerd naar de kansen voor klimaatadaptatie bij gezondheidsorganisaties en financiële instellingen.

Kennisportaal Klimaatadaptatie

Het Kennisportaal Klimaatadaptatie[7] is een veel geraadpleegde bron van informatie voor iedereen die werkt aan klimaatadaptatie. Het aantal bezoekers groeit: van een kleine 20.000 in het eerste jaar tot ruim 90.000 unieke bezoekers in 2020. Enkele nieuwe toevoegingen op het Kennisportaal zijn: een monitorkaart waarop te zien is welke stresstesten in Nederland zijn uitgevoerd en kennisdossiers met informatie over actuele onderwerpen, zoals 'groen in de stad'. Er zijn meer dan honderd hulpmiddelen beschikbaar en de voorbeeldenkaart van het Kennisportaal is met bijna driehonderd projecten uitgegroeid tot een etalage voor klimaatadaptatie in Nederland. Veel informatie op het portaal is ook in het Engels beschikbaar (zo'n 12% van de bezoekers komt uit het buitenland). Een overzicht 'Kennisportaal Klimaatadaptatie, wat er de afgelopen vijf jaar is bereikt' staat in de bijlage bij de brief aan de Tweede Kamer van 12 mei 2021 over de voortgang van klimaatadaptatie.[8]

Klimaateffectatlas

De Klimaateffectatlas is een belangrijk hulpmiddel om de kwetsbaarheden voor klimaatverandering in een bepaald gebied inzichtelijk te maken (ambitie 1 van DPRA). De GIS-data voor het uitvoeren van klimaatstresstesten worden op maat en kosteloos geleverd. In mei 2020 is een nieuwe, actuele en gebruiksvriendelijke website gelanceerd. Er heeft een grootschalige actualisatie van de kaarten plaats­gevonden en er zijn nieuwe kaarten toegevoegd. Een brede gebruikersgroep heeft meegedacht over de ontwikkeling van de kaarten en bij de uitvoering ervan zijn veel kennis­instellingen betrokken. De Klimaateffectatlas bedient - naast overheden en andere organisaties - in toenemende mate de kennisprofessionals van de toekomst, gezien het groeiend aantal helpdeskvragen uit het onderwijs. Het ministerie van IenW wil de Klimaateffectatlas en het Kennisportaal in ieder geval faciliteren tot de volgende herijking van de delta­beslissing Ruimtelijke adaptatie.

City Deal Klimaatadaptatie

Eind 2020 is de City Deal Klimaatadaptatie afgerond, na een looptijd van vier jaar. Het betrof een samenwerking tussen zeventien publieke en zeventien (semi)private partners en de Rijksoverheid, met als doel een doorbraak te bereiken in de aanpak van klimaatadaptatie in Nederlandse steden. Tijdens het 'Road to CAS'-evenement in oktober 2020 is het stokje voor zeven opschalings­thema's symbolisch doorgegeven aan zeven personen van verschillende organisaties. Eén estafettestokje is overgedragen aan een ondertekenaar van de nieuwe City Deal Openbare ruimte, waar een gezonde, klimaatrobuuste, natuurinclusieve en veilige leefomgeving een deelthema is. Over de opgedane ervaringen, voorbeelden en inzichten van de samenwerking is een documentaire gemaakt: The Climate Resilient City Explained. De première vond plaats tijdens de Climate Adaptation Summit (CAS) in januari 2021 en blijft online beschikbaar via de CAS Side Events en via YouTube. Ook is een eindrapportage beschikbaar.

Evenementen

In december 2020 was er voor het eerst een gezamenlijke kennisdag over klimaatadaptatie en zoetwater. Meer dan 300 mensen uit de kenniscommunities van Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie en Deltaprogramma Zoetwater volgden het programma. Op het online Deltacongres kreeg ruimtelijke adaptatie veel aandacht. Er waren sessies over klimaatbestendige woningbouw, de koppeling tussen klimaatadaptatie en energietransitie, hitte en droogte.

Vergroenen van tuinen

De minister van IenW vindt het belangrijk om inwoners aan te moedigen zelf aan de slag te gaan met klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarom heeft het ministerie van IenW een samenwerkingsverband gesmeed met een grote groep groene organisaties die actief zijn op dit gebied. Ze brengen initiatieven bijeen onder de noemer 'Een groener Nederland begint in je eigen tuin'. Een van de initiatieven is het NK Tegelwippen dat loopt van 30 maart tot 30 september 2021, waarin gemeenten tegen elkaar strijden om het grootste aantal tegels dat wordt vervangen door groen.

5.4.4 Reguleren en borgen

Borging in gemeentelijk en provinciaal beleid

Klimaatadaptatie is nog niet overal helemaal geborgd in het omgevingsbeleid. In een werkregio zijn vaak een of meer voorlopers. In veel werkregio's wordt klimaatadaptatie in omgevingsvisies genoemd, maar nog op een abstracte manier.

Vrijwel alle provincies hebben uitgangspunten voor klimaatadaptatie geborgd in hun beleid of ze zijn daarmee bezig. Provincies borgen de uitgangspunten bijvoorbeeld in specifiek klimaatadaptatiebeleid, de omgevings­visies en -verordeningen of de reguliere bedrijfsvoering. Voorbeelden zijn Op weg naar een klimaatbestendig Utrecht, Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland (provincies Noord-Brabant en Limburg), Beleidskader Klimaatadaptatie Gelderland en de Startnotitie Klimaatadaptatie (provincie Groningen).

In het IPO-position paper Naar een klimaatbestendig Nederland hebben de provincies hun gezamenlijke inspanning voor klimaatadaptatie beschreven en aangegeven wat ze van andere partners verwachten.

Handreiking Stedelijk waterbeheer onder de Omgevingswet

De Omgevingswet heeft invloed op de manier waarop partijen samenwerken aan stedelijk waterbeheer. Wat verandert er, en wat blijft hetzelfde? De antwoorden op die vragen staan in de Handreiking Stedelijk Waterbeheer onder de Omgevingswet, verschenen in april 2021. Veel overheden werken aan omgevingsvisies en omgevingsplannen die vooruitlopen op de nieuwe Omgevingswet. De nieuwe wet biedt ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. Acties en maatregelen die te maken hebben met klimaatadaptatie kunnen worden vastgelegd in een gemeentelijk rioleringsprogramma. Zo'n plan is niet verplicht, in tegenstelling tot het huidige gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De opstellers van de handreiking raden overheden aan om de omgevingsvisie niet alleen uit te werken in een omgevingsplan, maar ook in een gemeentelijk rioleringsprogramma.

Overleg Standaarden Klimaatadaptatie (OSKA)

Bij het ontwerpen, bouwen en onderhouden van gebouwen, infrastructuur en openbare ruimte spelen standaarden een belangrijke rol. Vaak is daarin nog geen rekening gehouden met klimaatverandering, waardoor klimaat­adaptatie in de uitvoering vaak niet of niet goed wordt toegepast. Het Overleg Standaarden Klimaatadaptatie (OSKA) is opgericht om te bevorderen dat nieuwe inzichten over klimaatverandering een plek krijgen in standaarden. Voorbeelden van standaarden zijn normen, richtlijnen, protocollen, checklists en handreikingen. OSKA ontwikkelt standaarden niet zelf, maar zet de ontwikkeling ervan in gang (zie Tabel 15). In OSKA werken overheden, bedrijfs­leven, kennisinstellingen en de standaardisatie-organisaties CROW, ISSO, NEN, RIONED met elkaar samen. De ontwikkeling van standaarden doorloopt drie stappen: verkenning, actieprogramma, intentieverklaring.

OSKA en de standaardisatie-organisaties werken aan een methode om zicht te krijgen op bestaande standaarden waarin geen of onvoldoende rekening is gehouden met klimaatverandering. Het resultaat wordt in december 2021 verwacht.

Tabel 15: Werkzaamheden aan standaarden medio 2020 tot medio 2021
Onderwerp Verkenning Actiefase Intentieverklaring Thema
Koeling gebouwen Afgerond 2020 Ondertekend
April 2021
Hitte-(stress)
Standaard(en) stresstest Afgerond Start maart 2021 Hitte, droogte, wateroverlast, overstroming
Standaarden opvang en afvoer hemelwater Afgerond Wateroverlast
Standaarden maatregelen infiltratie regenwater Afgerond Gestart: actiefase sluit aan bij RAAK-onderzoek Hanzehogeschool c.s. Wateroverlast
Standaarden maatregelen bodemdaling Gestart 2021, focust op lichte ophoogmaterialen wegen Droogte, bodem, landbouw
Biodiversiteits-standaarden gebouwde omgeving 1e fase afgerond april 2021 Wateroverlast, biodiversiteit
Groene of klimaatadaptieve daken Nog niet gestart Hitte, wateroverlast

5.4.5 Handelen bij calamiteiten

Verdeling van verantwoordelijkheden bij schade door weersextremen

In 2020 is een verkenning uitgevoerd naar de verdeling van verantwoordelijkheden tussen individuele eigenaren, de overheid en verzekeraars bij schade door extreem weer. Er is gekeken naar schade door wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen, storm, hagel, bliksem en natuurbranden. Meestal zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor schade door extreem weer. Wel zijn er verschillende vormen van collectieve zorg ontwikkeld om het individuele risico op schade of overlast te verkleinen. Voor overstromingen en wateroverlast geldt dat de overheid de meeste zorg op zich neemt om overlast te voorkomen. Ze doet dit door te investeren in waterkeringen, riolering en de inrichting van de openbare ruimte en via wetgeving daarover. Bij droogte en hitte verschuift de verantwoordelijkheid naar de individuele eigenaar. In het rapport staat ook welke schade als gevolg van extreem weer te verzekeren is. Uit de verkenning blijkt dat meer uitleg over de verdeling van verantwoordelijkheden nodig is. Om hier invulling aan te geven, is een infographic gemaakt.

Lokale hitteplannen

Bij extreme hitte is extra zorg en aandacht nodig voor kwetsbare groepen zoals alleenwonende ouderen, zieken, jonge kinderen en bewoners van zorginstellingen. Hetzelfde geldt voor sporters en bezoekers van evenementen. Gemeenten wordt geadviseerd om - in samenwerking met onder meer de GGD - lokale hitteplannen op te stellen om hier goed op voorbereid te zijn. Het hebben van een lokaal hitteplan is echter nog geen gemeengoed. De provincie Zuid-Holland ontwikkelde daarom in samenwerking met drie GGD-en de digitale workshop 'Hitteplan in 1 dag' voor gemeenteambtenaren. Deze workshop wordt met enige regelmaat herhaald en is ook bruikbaar voor andere GGD-en, provincies en gemeenten.

Voetnoten

  1. Zie Achtergronddocument E.
  2. NKWK onderzoekslijn Klimaatbestendige stad.
  3. Onder de Omgevingswet gebeurt dat in het Omgevingsplan.
  4. Motie Dijkstra, kamerstuk 35 000-J nr. 8
  5. Na deze bijeenkomsten kreeg de pagina 'veel gestelde vragen' over de regeling een update.
  6. Rapport 'Gedragsaanpak financiële prikkels voor klimaatadaptatieve maatregelen' (2020).
  7. De naam van het Kennisportaal is in januari 2021 gewijzigd van Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie in Kennisportaal Klimaatadaptatie.
  8. Kamerstuk 31710 nr. 79