Kabinetsreactie op adviezen deltacommissaris

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Rijnstraat 8

2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag

T: 070-456 0000

F: 070-456 1111

 

Ons kenmerk: IENW/BSK-2021/160042

Bijlage(n): 1

 

 

De voorzitters van de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA DEN HAAG

 

 

Datum: 21 september 2021

Betreft: Kabinetsreactie op Deltaprogramma 2022

 

 

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik u het Deltaprogramma 2022 (DP2022) aan. Het DP is het jaarlijkse voorstel van de Deltacommissaris op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie, dat u - conform artikel 4.10 lid 1 van de Waterwet - jaarlijks wordt aangeboden. De recente gebeurtenissen in Limburg onderstrepen het belang van het Deltaprogramma. Het Kabinet zet op korte termijn stappen om hier lessen uit te trekken. Het DP2022 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven en kan bij alle betrokkenen op brede steun rekenen.

De Deltacommissaris geeft in zijn aanbiedingsbrief bij het DP2022 een vijftal aanbevelingen:

1.    Een oproep aan het kabinet om extra middelen toe te voegen aan de meerjarenplanning van het Deltafonds.

2.    Een oproep aan alle overheden en maatschappelijke partners om, indachtig de recente Climate Adaptation Summit, substantieel te investeren in de verbinding van klimaatadaptatie met andere opgaven. De Deltacommissaris raadt het kabinet hiertoe tevens aan de uitvoeringskracht bij zowel Rijk als regio te versterken.

3.    Een oproep aan het kabinet om te borgen dat waterbeheerders als mede- initiatiefnemers, vanuit hun rol en verantwoordelijkheden aan de voorkant van proces in de NOVI-gebieden aan tafel zitten. Daarbij vraagt de Deltacommissaris het kabinet specifieke aandacht voor twee majeure opgaven:

-       Op nieuwe grootschalige woningbouwlocaties borgen dat overal klimaatbestendig en waterrobuust wordt gebouwd.

-       Actief inzetten op een combinatie van drie maatschappelijke opgaven waar het water- en bodemsysteem de drager voor is: het Deltaprogramma, de landbouwtransitie en biodiversiteit. In het bijzonder bij het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebieden en bij het bestrijden van droogteschade in de landbouw, natuurgebieden en (groen) cultureel erfgoed in de hogere delen van NL.

4.    Een advies aan het kabinet om, met het oog op de mogelijk grote gevolgen van (versnelde) klimaatverandering voor onze rivieren, budget vrij te maken voor een Kennisprogramma grensoverschrijdende rivierafvoeren en afvoerverdeling (hoog- en laagwater), naar analogie van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.

5.    Een oproep aan het kabinet om het initiatief te nemen om in samenspraak met betrokken overheidskoepels te komen tot concretisering van de inhoudelijke doelen (en daarvan afgeleide tussendoelen) voor klimaatadaptatie, zo nodig regionaal gedifferentieerd uitgewerkt.

 

Reactie kabinet

Hieronder geef ik, conform artikel 4.9 lid 7 van de Waterwet, aan hoe het kabinet rekening houdt met de aanbevelingen van de Deltacommissaris.

 

1.    Extra middelen toevoegen aan het Deltafonds

De opgaven waar we met elkaar de komende jaren voor staan, zijn onverminderd groot. Het duurzaam en robuust houden van de waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en de ruimtelijke inrichting in Nederland en het kunnen opvangen van de extremen van het klimaat, vraagt grote inspanningen van alle bij het Deltaprogramma betrokken partijen.

 

Tegelijkertijd constateer ik dat de budgetten van het Deltafonds onder druk staan, al is de precieze omvang van de opgave nog met onzekerheid omgeven en is verdere validatie nodig. Ik heb u hierover reeds geïnformeerd per brief van 10 juni jl.1 Door de toenemende instandhoudingsopgave zal structureel een steeds groter deel van de fondsen besteed moeten worden aan instandhouding van de netwerken. Het is echter aan het nieuwe kabinet om te besluiten over de gewenste kwaliteit van het hoofdwatersysteem en de beschikbare middelen voor aanleg en instandhouding.

 

2.    Substantieel meer investeren in de verbinding van klimaatadaptatie met andere opgaven

We zijn er met elkaar de afgelopen jaren in geslaagd om het bewustzijn rondom de klimaatadaptatie-opgaven fors te vergroten. De Nationale Adaptatiestrategie (NAS) en het Deltaprogramma hebben hier in belangrijke mate aan bijgedragen. Maar we zijn er nog niet. Ik onderschrijf de oproep van de Deltacommissaris om in te zetten op de verbinding van klimaatadaptatie met andere opgaven. Dit leidt tot ruimtelijke keuzes en kansen, die vragen om een integrale visie op de aanpak van alle opgaven in een gebied. De NOVI geeft hiervoor voor de nationale schaal een belangrijke aanzet, maar dit vraagt verdere uitwerking naar regionale en lokale schaal. Het Rijk moet nauw betrokken blijven bij die uitwerking.

 

Voor het advies van de Deltacommissaris aan het kabinet om de uitvoeringskracht bij zowel Rijk als regio te versterken geldt dat het aan het nieuwe kabinet én aan de regionale overheden is om hierover te besluiten.

1   Kamerstukken II 2020/21, 35 570 A, nr. 61

3.    Borgen dat waterbeheerders als mede-initiatiefnemers aan de voorkant van het proces in de NOVI-gebieden aan tafel komen

Keuzes en investeringen in het ruimtelijk domein op dit moment, kunnen grote invloed hebben op toekomstige, ook voor het waterbeheer noodzakelijke ruimtelijke aanpassingen of beheeropgaven (onder ander voor waterveiligheid). Het integraal meenemen van klimaatadaptatie bij ruimtelijke keuzes, zodat besluiten niet alleen worden getoetst op hun sectorale effecten, maar ook worden afgezet tegen de gewenste ruimtelijke integratie en maatschappelijke kosten op lange termijn, acht ik dan ook van groot belang.

Er wordt door verschillende partijen gewerkt aan de borging van klimaatbestendig bouwen in grootschalige nieuwbouwlocaties. Ik ben blij dat de Deltacommissaris het belang hiervan onderstreept.

Ik steun de oproep van de Deltacommissaris om waar dat nog niet gebeurt, waterbeheerders aan de voorkant van het proces te betrekken in de NOVI- gebieden, maar ook in andere relevante gebieden. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de verstedelijkingsstrategieën en de 14 grootschalige woningbouwlocaties.

In de NOVI is opgenomen dat het water- en bodemsysteem meer sturend moet zijn bij de keuzes rondom ruimtelijke ontwikkelingen. Dit principe zal verder moeten worden geconcretiseerd. Het gaat er dan om wat dit principe betekent voor de ruimtelijke ordening en het gebruik (inrichting en beheer) van water- en bodemsystemen. Bijvoorbeeld welke aanpassingen nodig zijn om droogteschade in natuurgebieden en (groen) cultureel erfgoed te voorkomen. Maar ook welke aanpassingen nodig/mogelijk zijn in de infrastructuur en de scheepvaart. En het gaat bijvoorbeeld om vragen als wat dit betekent voor het agrarisch landgebruik op de hoge zandgronden, zettingsgevoelige gebieden/slappe bodems en de verziltingsgevoelige gebieden. En hoe we omgaan met woningbouw in de diepste delen van laaggelegen gebieden. Die nadere uitwerking zal plaats moeten vinden in de diverse onderdelen van het Deltaprogramma en in programma's ter uitvoering van de NOVI, zoals het Nationaal Programma Landelijk gebied, het Programma Verstedelijking en Wonen, en in de NOVI-gebieden.

 

Ik onderschrijf ook het belang van samenhang tussen de maatschappelijke opgaven waar het water- en bodemsysteem de drager voor is. Ik zie daar uitdrukkelijk ook een leidende rol voor de provincies, waarbij samenwerking moet worden gezocht met de overige waterbeheerders in verband met de wettelijke rolverdeling.

4.    Geld vrijmaken voor een Kennisprogramma grensoverschrijdende rivierenafvoer en afvoerverdeling

Ik onderschrijf de constatering van de Deltacommissaris dat de klimaatverandering gevolgen heeft voor onze rivieren. Om de droogteproblematiek aan te pakken, moeten we kijken naar de bodemligging en de waterverdeling in de rivieren bij lage afvoeren en naar bijvoorbeeld het water in de haarvaten van het watersysteem (de kleinste wateren en het grondwater) zo lang mogelijk vasthouden. Tegelijkertijd moet in perioden van stijgend water in het rivierengebied het wateroverschot veilig worden afgevoerd. Dat vergt een goede balans, en er is dan ook al veel in gang gezet om ons hierop voor te bereiden.

Daarom heb ik het programma Integraal Riviermanagement (IRM) gestart. Dit programma bekijkt deze problematiek integraal en maakt systeemkeuzes over afvoercapaciteit en bodemligging en over de inrichting van het rivierengebied voor de korte en middellange termijn (tot 2050). In het programma IRM wordt gewerkt aan opgaven die ontstaan als gevolg van klimaatverandering en bodemerosie. Een belangrijke opgave vind ik daarbij de bevaarbaarheid van de rivieren in droge perioden, waar we de afgelopen jaren knelpunten hebben zien ontstaan. Daarnaast zijn er opgaven voor zoetwaterbeschikbaarheid, hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling en ruimtelijke economische ontwikkeling in het rivierengebied.

Voor de noodzakelijke systeemkeuzes is nog kennisontwikkeling nodig. Dit wordt opgepakt in samenwerking met Rijkswaterstaat, Deltares en diverse andere kennisinstituten. Ook na publicatie van de POW-IRM blijft kennisontwikkeling nodig. Naast kennisontwikkeling is het ook van belang dat voor de gewenste beleidskeuzes de ontwikkelde kennis wordt gedeeld met de andere landen in de stroomgebieden van Rijn en Maas, en dat samenwerking wordt georganiseerd. Ook dit zal in het kader van het IRM worden opgepakt.

Tevens wordt samen met RWS en universiteiten sinds 2018 fundamenteel onderzoek gedaan naar de gevolgen van klimaatverandering op de rivieren. Onderzoeksresultaten hiervan worden ook al toegepast binnen het programma IRM. Ook ben ik met RWS en Deltares in gesprek over de (kennis)vragen die voor de langetermijnontwikkelingen voor het rivierengebied belangrijk zijn.

Daarnaast kondig ik in het ontwerp Nationaal Waterprogramma (NWP) het voornemen aan om de komende jaren een Nationale Watersysteemverkenning uit te voeren. Hiermee wordt op nationaal niveau integraal gekeken naar de opgaven die er liggen om zo te komen tot een samenhangende en integrale aanpak voor alle water gerelateerde maatschappelijke opgaven. Het gaat dan om opgaven rond veiligheid, zoetwater, ruimtelijke adaptatie, waterkwaliteit, oppervlaktewater en grondwater, in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen zoals landbouw, natuur, cultureel erfgoed, woningbouw en energiewinning.

Ik ben het met de Deltacommissaris eens dat het van belang is dat we op het juiste moment, de juiste kennis beschikbaar hebben. Afhankelijk van in hoeverre dat het geval is, zal worden bezien hoe dit het beste kan worden ingevuld en georganiseerd. Ik wil hierbij ook verkennen in hoeverre een eventueel Kennisprogramma, zoals wordt voorgesteld door de Deltacommissaris, nodig is naast de al lopende trajecten die ik hierboven heb aangegeven en zal hierover met hem in gesprek treden.

5.    Concretisering van de inhoudelijke doelen (en daarvan afgeleide tussendoelen) voor klimaatadaptatie

Zoals ik al heb aangegeven, is het bewustzijn over het belang van klimaatadaptatie de afgelopen jaren toegenomen. Met het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zijn ook al goede stappen gezet in om de algemene doelen te vertalen naar concrete stappen. De Deltacommissaris noemt terecht de stresstesten en risicodialogen waarmee de opgaven op regionaal niveau in beeld zijn gebracht. Maar ook de uitvoeringsagenda's die onder andere worden gesteund met middelen uit de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie die begin 2021 is gestart en waarvoor ik €200 miljoen beschikbaar heb gesteld.

Tegelijkertijd constateer ik met de Deltacommissaris dat het tijd is om naast de voortgang in processtappen ook de inhoudelijke voortgang in beeld te gaan brengen en te bewaken. De urgentie om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken is groot. Ik ondersteun de oproep van de Deltacommissaris aan het kabinet dan ook om het initiatief te nemen om, in samenspraak met betrokken overheidskoepels, te komen tot concretisering van de inhoudelijke doelen (en daarvan afgeleide tussendoelen) voor klimaatadaptatie, zo nodig regionaal gedifferentieerd uit te werken.

Tot slot, het rijksbeleid dat voortkomt uit de herijkte deltabeslissingen en voorkeursstrategieën wordt opgenomen in het Nationaal Water Programma 2022 - 2027 (NWP). Het ontwerp-NWP is eerder aan uw Kamer aangeboden en lag het afgelopen half jaar ter consultatie. Naar verwachting ontvangt uw Kamer het NWP in maart 2022.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

 

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Drs. B. Visser

U kunt de originele kabinetsreactie downloaden als pdf-bestand.