Wateroverlast en hoogwater Limburg

Extreme neerslag Limburg

Deze zomer werd het stroomgebied van Rijn en Maas drie dagen lang geteisterd door langdurige extreme neerslag (13-15 juli 2021). Op sommige plaatsen viel 150-250 mm. De verzadigde bodems en lokale bufferreservoirs konden deze hoeveelheden niet bergen en het water stroomde razendsnel af naar de bewoonde dalen van de Eifel, Ardennen en het Limburgse heuvelland.

Flashfloods in het heuvelland

Verwoestende waterstromen (zogenoemde 'flashfloods') veroorzaakten in korte tijd vooral in de Eifel en de Ardennen naast grote schade ook dodelijke slachtoffers. In Limburg werden vooral de dalen van de Geul en de Gulp getroffen. Hier waren gelukkig geen dodelijke slachtoffers te betreuren, maar duizenden mensen moesten in allerijl hun huizen verlaten en de ravage was enorm. Er was schade aan huizen, bedrijven, landbouwgebied, bruggen, (snel)wegen, spoorwegen, cultureel erfgoed en voorzieningen voor elektriciteit, communicatie en drinkwater. Dat leidde tot grote en langdurige maatschappelijke ontwrichting in het gebied.

Hoogste afvoer ooit gemeten in de Maas

De afvoer van al het water op de Maas en vanuit de zijrivieren leidde op 15 juli tot een afvoerpiek van 3.260 m3/s. De hoogste afvoer sinds het begin van de metingen in 1911. De geschatte kans van voorkomen van een dergelijk hoge afvoer is 1/100 per jaar. En dat in de zomer, wat het nog uitzonderlijker maakt. De afvoerprognose kende grote onzekerheden, met name door onzekerheid over het verloop van de neerslag.
De afvoer was circa 100 m3/s groter dan in de winter van 1993, toen grootschalige overstromingen in het Maasdal optraden. Sinds 1993 zijn langs de Maas dijken en kades aangelegd in het kader van de Maaswerken en zijn verschillende rivierverruimingsmaatregelen uitgevoerd zoals de dit jaar opgeleverde hoogwatergeul Ooijen-Wanssum. Deze hoogwatergeul leverde ter plekke 40 cm waterstandsdaling op en bij Venlo 20 cm. Dankzij die maatregelen traden dit keer geen overstromingen op in het Maasdal. Op verschillende plaatsen ontstonden wel kritieke omstandigheden: waar het water van de Geul, Roer, Swalm en Niers niet weg kon stromen naar de Maas, omdat het Maaspeil te hoog was, en waar de kadeversterkingen nog niet gereed zijn. Uiteindelijk heeft dit niet geleid tot overstromen van door waterkeringen beschermde gebieden. Inwoners uit een aantal Maastrichtse wijken, en later ook uit Meerssen, Roermond, Arcen en Well werden uit voorzorg geëvacueerd. Ook een ziekenhuis in Venlo werd ontruimd. Nooddijken voorkwamen dat Wessem, Arcen en Well onderliepen. Benedenstrooms van Limburg, en langs de Rijntakken hebben waterbeheerders lokaal ook preventieve maatregelen genomen, maar hebben zich geen bedreigende situaties voorgedaan en was geen sprake van evacuaties.

Klimaatverandering

De extreme neerslag werd veroorzaakt door een lagedrukgebied dat langdurig boven dezelfde regio circuleerde. Dit is de afgelopen decennia vaker in Centraal Europa voorgekomen en leidde onder meer tot zware overstromingen van de Elbe, Oder en Donau in onder andere 2002, 2006, 2009 en 2013. In Zuid-Limburg maakten we dergelijk extreme neerslag in de zomer niet eerder mee. Door de opwarming van de aarde bevat de lucht meer waterdamp. Metingen laten zien dat extreme neerslagintensiteiten hierdoor in de laatste decennia met ongeveer 20% zijn toegenomen. Of 'immobiele' lagedrukgebieden ook vaker optreden door klimaatverandering, is onderwerp van onderzoek.

In 2023 brengt het KNMI nieuwe klimaatscenario's voor Nederland uit, afgeleid van de wereldwijde scenario's die het IPCC naar verwachting in 2022 opstelt. Deze nieuwe klimaatscenario's vormen de basis voor de zesjaarlijkse herijking van het Deltaprogramma in 2026. De komende periode worden de lessen uit deze extreme neerslag getrokken, bijvoorbeeld over de relatie tussen het hoofdwatersysteem en het regionale systeem, de rol van veranderd landgebruik met verharding en snelle ontwatering, nieuwe inzichten in zwakke plekken en flessenhalzen ook door bebouwing in dalen, de rampenbeheersing en hoe de maatregelen voor het vasthouden van water (voor laagwater en droogte) zich verhouden tot de situatie van hoogwater. In de zesjaarlijkse herijking van het Deltaprogramma in 2026 worden deze lessen eveneens benut.

Hoe verder?

De gebeurtenissen in Limburg hebben ons geconfronteerd met de kwetsbaarheid voor wateroverlast en overstromingen door hevige neerslag en de serieuze gevolgen ervan. De situatie was een stresstest in praktijk waaruit we lessen kunnen en moeten trekken. Op korte termijn vraagt het optreden van de 'flashfloods' in de dalen van het heuvelland extra aandacht. De meerlaagsveiligheidsbenadering die geldt voor de hoogwaterbescherming (keringen, ruimtelijke adaptatie en calamiteitenzorg), kan hierbij ook voor het heuvelland een denklijn vormen.

Deze crisis laat zien dat onze aanpak voor waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en een klimaatbestendige inrichting effectief en onverminderd belangrijk is en met kracht voortgezet moeten worden. Maatregelen zoals de Maaswerken en vele recente dijkversterkingen bewezen hun nut: grootschalige overstromingen vanuit het hoofdwatersysteem zijn voorkomen. Met het Deltaprogramma wordt doorgewerkt om het gebied minder kwetsbaar te maken. Het is zaak de resterende dijkversterkingen in Limburg volgens plan voortvarend af te ronden, zodat het beschermingsniveau overal in het binnendijks Maasdal zo snel mogelijk minimaal 1/100 per jaar bedraagt. Hetzelfde geldt voor de geplande maatregelen om de inrichting van het gebied klimaatbestendiger te maken. Het onderzoek naar de kwetsbaarheid voor wateroverlast en overstromingen door hevige neerslag is onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Met de normering wateroverlast, de stresstesten en risicodialogen is een basis aanwezig om dit onderzoek op lokaal en regionaal niveau voortvarend verder op te pakken.

Om te leren van de gebeurtenissen in Limburg is de eerste stap om de feiten goed in beeld te brengen met alle betrokkenen (waterbeheerders, veiligheidsregio's, KNMI, buurlanden, verzekeraars, etc.) en daarbij de regionale evaluaties te betrekken. Bij de komende evaluatie is het belangrijk aandacht te besteden aan de volgende zaken:

  • De operationele inzet van de veiligheidsregio's inclusief de opschaling en samenwerking tussen de hulpdiensten en de andere crisispartners.
  • Samenhang overlast in regionale watersysteem en extreme afvoer op de grote rivieren (Maas).
  • Internationale samenwerking bij en afstemming van beleid en maatregelen van grensoverschrijdende rivieren.
  • De relatie met de huidige ruimtelijke inrichting, landgebruik, en mogelijke aanpassingen daarin.
  • De potentiele doorwerking van de extreme weerssituatie in de neerslagstatistiek en scenario's.

Dit moet bijdragen aan onderbouwde afwegingen over welke maatregelen en strategieën gerechtvaardigd zijn om schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting in deze gebieden in de toekomst te voorkomen of te beperken en welke risico's we zullen moeten accepteren.

Neerslag hoeveelheden 12 tot en met 15 juli 2021. Bron: KNMI, E-OBS.
Figuur 1 Neerslag hoeveelheden 12 tot en met 15 juli 2021. Bron: KNMI, E-OBS.